Wanted dead or alive
Wanted dead or alive
30 November 2008 :: 17:40

Het is een kwestie van timing

Als we besluiten op te staan, trekken we het gordijn open. Een blauwe hemel en het witte gras verraden een ijskoude morgen. Toch stel ik voor te gaan fietsen. Dan begin je de dag zo lekker.
J. wil wel mee, maar twijfelt over wat ze aan moet trekken. Ik twijfel niet, trek gewoon alles over elkaar aan wat ik in de kast heb liggen. Ik zei al, het was een ijskoude morgen.

"Moet ik mouwstukken aan?"
"Doe jij een lange thermo-onderbroek aan?"
"Zou een regenjas de wind beter tegenhouden?"
"Heb jij mijn dikke handschoenen gezien?"

En dan moest er nog ontbeten worden. Uiterst traag wordt er besloten hoeveel boterhammen er gesmeerd moeten worden. Dan het beleg: het wordt kaas, nee ham, doe toch maar pindakaas, oh nee kaas is lekker, heb jij vlokken? Onder het ontbijt moet de zaterdagkrant gelezen worden en het tandenpoetsen erna schiet ook niet op.
Na een half uur draait J. de achterdeur van het slot, zet een stap naar buiten en vlucht naar binnen. "Het regent!"
Ik zie niks, dus stap zelf naar buiten. Maar J. heeft gelijk. Een paar voorzichtige druppels vallen ijskoud op mijn hoofd en al snel volgen er meer, steeds meer. Een winterse bui. Ik vlucht ook naar binnen.

We spelen drie potjes poolbiljart in onze wielrenkleding, maar het droogt buiten niet meer op. En aan de grijze lucht te zien gaat dat vandaag ook niet meer gebeuren.
J. stoot een bal strak in de pocket, kijkt naar buiten en zegt lachend: "Het is maar goed dat we niet zijn gaan fietsen, hè? Iets eerder en we waren zeiknat en helemaal verkleumd geweest."
28 November 2008 :: 08:14

Mijn naam

Lang geleden, in de tijd dat er nog maar twee Nederlandse zenders waren en deze 's nachts nog op zwart gingen, toen voelde een zwangere vrouw een sterke, kleine jongen in zich. "Die moet een korte, krachtige naam hebben," dacht ze bij zichzelf. "Hij gaat Cyriel heten. Een naam die bij hem past. Ik voel het."

En die naam past inderdaad bij me, nu al negentwintig jaar. Ik ben er heel tevreden mee. Hij is lekker kort, komt goed over en al te vaak komt 'ie ook niet voor, dus bij Cyriel denken de meeste mensen die ik ken als eerste aan mij. Niet zo'n dertien-in-een-dozijnnaam, dat als de juf je naam noemde, er nog twaalf anderen hun vinger opstaken. Wil niet immers iedereen een beetje uniek zijn?
Prima naam dus. Maar er is een klein, knagend tekortkominkje. Soms zou ik namelijk wel een langere naam willen hebben. Zo eentje die je kunt afkorten bij vrienden. Want laten we eerlijk zijn, Cy klinkt niet, evenmin als Cyr. Bovendien zijn beide afkortingen uitstekend geschikt om mee te plagen. 'Ik Cy, ik Cy wat jij niet ziet'; 'Ik geloof er geen Cyr van'. Nah, u Cy-t het probleem. Ik vind het jammer dat je niet zo familiair onder een brief of een mailtje 'Groeten, Cyr' of 'Liefs, Cyr' kunt zeggen. Want dat staat zo gezellig. Als je tenminste een daarvoor geschikte naam heb. En die heb ik niet, niet hiervoor.
Maar goed, van naam wisselen is ook weer zoiets. Dit ben ik, altijd zo geweest en dat zal altijd zo blijven. Mijn naam is een onderdeel van mijn identiteit. Want hoe je het ook wendt of keert, ik ben een echte Cyriel. En zo is het.

---
Noot van de redactie: uiteraard is Cyriel een pseudoniem. Maar het leuke is dat dit ook opgaat voor mijn echte naam. Dus eigenlijk ben ik een echte ------, maar ik ben dus ook een heel klein beetje een Cyriel. Echt.
27 November 2008 :: 14:25

Nachtrust

J. staat te treuzelen voor de TV. Nog even, heel even dit programma afkijken.
"Kom op, naar boven!" Ik commandeer een beetje. "Elke seconde die je blijft dralen, gaat van je massage af."
...
J. heeft het halve boek op de wc uitgelezen en gaat rustig door met de tweede helft.
"Ah, toe. Leg nou aan de kant!" Ik sméék het. "Elke seconde die je extra leest, gaat van de massage af."
...
Na tien minuten stap ik toch maar weer uit bed en loop naar de badkamer. Een verkouden nachtegaal zingt van onder de douche. Ik pak een bekertje koud water.
"Stop nou eens met douchen," dreig ik. "Elke seconde die je onder dat water blijft staan, gaat van je massage af."
...
Eindelijk komt J. de slaapkamer binnen. Ze stort zich op bed, ligt op haar buik en beveelt: "Kom maar met die massage! Ik ben er klaar voor."
Ik pak een beetje massageolie, warm mijn handen voor en begin te kneden. Een half minuutje later hoor ik J.'s ademhaling zwaarder worden.
"Stop maar met masseren," zeg ik tegen mezelf. "Elke seconde die je doorgaat, gaat van haar nachtrust af."
26 November 2008 :: 17:27

Vol verwachting klopte mijn hart

Een jaar of elf geleden, min negen dagen. Er wordt ineens hard op de deur gebonsd en een hand smijt iets hards tegen mijn hoofd. Auw! Sinterklaas komt binnenvallen, samen met zijn Zwarte Pieten. Een uur lang wachten wij vol spanning wat wij krijgen en hij vertelt dat ik lief ben geweest en op school goed mijn best heb gedaan. Dan gaat hij naar buiten, op naar het volgende kind.

Natuurlijk geloofde ik niet meer toen ik achttien was. Dank je de koekoek. Maar mijn jongste zusje nog wel en het zou het laatste jaar zijn dat wij thuis op de traditionele wijze het Sinterklaasfeest zouden vieren. Mijn ouders vonden dat ze nog een keer uit moesten pakken en dat de Sint langs moest komen. Het was leuk en ondanks dat ik al een tijdje alles wist omtrent deze nummereentraditie van Nederland, had het ook voor mij nog iets magisch. Ik wilde namelijk erg graag weten wie er onder die tabberd en achter die baard schuilging. Z'n schoenen herkende ik niet, z'n stem was verdraaid en aan z'n handen zaten handschoenen.
Ook de Pieten waren mij onbekend. Ze waren erg vrolijk, maar hun lach deed geen belletje bij mij rinkelen. De hele avond heb ik over deze vraag mijn hoofd gebogen: wie was Sinterklaas?

Mijn moeder heeft het mij nooit willen vertellen. Het moest voor mij een raadsel blijven en in de loop der jaren is dat alleen maar groter geworden. Sinterklaas is weer een mysterie voor me, net zoals het 21 jaar geleden nog was. Want wie er ook achter die baard zat, het was Sinterklaas.
25 November 2008 :: 20:15

Over het weer

"Oh, het is zo koud!"
"Praat me er niet van. Ik vind het niks. Ben er niet voor gemaakt, denk ik."
"Jij ook al niet? Ik ga alleen nog maar voor het noodzakelijke naar buiten."
"Ja, en dan dik ingepakt. Veel te veel kleren. Doe mij maar een T-shirtje in de zomer."
"En ook nog zo vroeg donker. Je gaat in het donker weg, je komt in het donker thuis. Helemaal geen dag meer."
"Om depressief van te worden. Echt, mijn humeur is tot op een dieptepunt gedaald."
"Ken ik. Alleen werd ik vandaag wel heel vrolijk toen ik merkte dat het weer zover was, dat ik met een pishumeur rondliep."
"Nou, heb je ook weer een logje voor vandaag."
"Ja. Ik ga weer naar binnen. Word weer chagrijnig."
24 November 2008 :: 17:08

Verhaal op maandag: Droom

Dinsdagochtend, 11.37 uur.

Ik heb net televisie gekeken, zoals ik altijd doe. Vandaag was het echter anders. Want ik heb haar gezien. Welk net ik ook opzette, ik kon haar niet ontvluchten. Zelfs toen ik de televisie uitgezet had, waren haar woorden te horen, alsof mijn hoofd een transistorradio was.

Het was frappant dat ze juist nu verschenen was, nu ik bijna klaar was met het afronden van wat ik zelf het ‘Grootste Werk’ noemde. Als ik hiermee klaar was, zou eeuwige roem mij ten deel vallen. Het zou over de hele wereld één grote schok teweeg brengen.

Ik had nog nooit tegen iemand gezegd waar ik mee bezig was. Toen ik ermee begon, had ik mij voorgenomen mijn werk pas bekend te maken op het moment dat ik het helemaal afgerond had en het er nooit meer met ook dan maar iemand over te hebben. Ik zou mij in stilzwijgen hullen. Ik zou mij afzonderen in een huisje op de hei. Ik zou pas vlak voor mijn dood weer een woord zeggen: "Vaarwel!".

Het begon toen ik in een boek dat ik in een stoffig boekenzaakje had gekocht, een handgeschreven briefje had gevonden. Dat briefje bracht mij op het idee van het ‘Grootste Werk’, het ultieme werk. Ik heb mij daarvoor van de wereld afgezonderd, ik heb daarvoor mijn sociale leven opgegeven, ik had buiten mijn normale werkweek nog een tweede werkweek, een ‘Grootste Werk’-week, ik heb jarenlang maar drie uur per nacht geslapen, ik heb mezelf afgepeigerd, ik heb mijzelf én mijn omgeving verwaarloosd. Het was schandalig hoe ik met mijzelf ben omgegaan. Het zou het echter allemaal waard zijn, mijn ultieme droom zou werkelijkheid worden, de droom der dromen, het ultieme van het ultieme, het grootste van het grootste. Al vanaf het moment dat ik het briefje vond, was ik iedere, iedere seconde bezig met wat mij op het hoogste voetstuk zou plaatsen. Alle ‘Groten der Aarde’, op wat voor gebied dan ook, zouden in één klap vergeten zijn. Elk geschiedenisboek zou allen nog maar over mij en mijn werk gaan. Mijn naam zou in ieders geheugen gegrift staan. Zelfs de dieren en planten zouden mijn invloed merken. Geen beslissing zou meer genomen worden zonder dat daarbij mijn invloed te merken was. De wereld zou niet meer om de zon draaien, maar om mij. Elk jaar zou op de dag dat ik mijn ‘Grootste Werk’ uitgebracht had over de gehele wereld dat heuglijke feit herdacht worden. Het zou één groot, werelds feest worden. Een feest groter en belangrijker dan Kerstmis, Pasen, Pinksteren, Sinterklaas en Carnaval samen, kortom het feest der feesten.

In het begin heb ik er lang over nagedacht hoe ik het zou moeten aanpakken, er langdurig en veel over nagedacht of ik er überhaupt aan moest beginnen, want voor mij stond het vast dat dit vérstrekkende gevolgen zou hebben voor de wereld, wat zeg ik, voor het heelal, nu, vroeger en in de toekomst. Niks zou meer zijn zoals het was, geweest was en zou worden. Er zou nog maar een zekerheid zijn en dat was mijn werk, MIJN werk, het werk der werken, het ‘Grootste Werk’. Elke studie zou afgebroken moeten worden, want er zou toch niets meer kloppen van alle theorieën. Geen enkel boek zou meer uitgegeven worden, want men las toch alleen maar mijn werk. Elke auteur zou vergeleken met mij maar een amateur zijn, een schoolopstelschrijver. Ieder programma op radio en televisie zou over mij of mijn werk of over mij én mijn werk gaan, want dat was het enige dat de mensen nog interesseerde.

Toen ik er éénmaal mee begonnen was, was er voor mij ook geen houden meer aan. Niemand kon mij nog stoppen, niets stond mij en mijn droom nog in de weg. Ik zou het gaan maken, ik, de Grote, de Grootste. Ik zou de wereldleider zijn, ik zou de dienst uitmaken, ik zou over alles en iedereen beslissen.

En nu had zij alles al gezegd.
23 November 2008 :: 13:01

Wat Cyriel-Piet de Santenkraam bijna had aangedaan

Op ouderwetsche negentiende-eeuwse wijze werd er een mooi briefje geschreven voor de lieve kinderen van de Santenkraam. Want wat hadden ze mooi gezongen (vooruit, die vier volwassen stemmen waren ook prachtig, maar ja, die hadden geen schoen gezet). En wat een lekker bakje water stond er voor Amerigo klaar.
En wat spookte er door Cyriel-Piets hoofd om op te schrijven?

"Omdat jullie zo lief zijn, mogen jullie vanaf nu élke dag jullie schoen zetten!"
"Nou, fraai is dat. Wel water voor het paard, maar niks voor Sint en Piet? Denken jullie dat wij geen dorst hebben? Ik denk dat wij toch maar op 4 december naar huis gaan..."
"Jullie zijn wel heel erg lief voor jullie ouders, maar zijn jullie ouders wel lief voor jullie? Alleen als jullie elke dag warme chocomelk met slagroom krijgen én frietjes eten, krijgen zij ook een cadeautje op 5 december."
"Hoorde de Sint dat jullie graag een eigen tv met spelcomputer willen én alle grote legodozen uit de speelgoedwinkel? Nou, ik kan natuurlijk niet vertellen wat jullie krijgen, maar waarschijnlijk zit zoiets er wel in dit jaar."

Maar ja, Cyriel-Piet keek eens van het schrijven op en zag J. gezellig aan de keukentafel met Sanneke en Rinke kletsen. En Cyriel-Piet zag dat het goed was. Dus maakte hij er maar wat anders van. Want Cyriel-Piet wil heel graag nog eens terugkomen.
21 November 2008 :: 19:48

Droge yuppen

"Hop, hop, opstaan!" Ruw haal ik J. uit haar slaap en ik trek de gordijnen open. "Het regent. En hoe!"
"Moet ik daarvoor wakker worden," moppert J. zich de slaap uit de ogen.
"Nee, hoor, maar ik breng je met de auto naar je werk. Dan hoef je niet met de fiets met dit weer."'
"Maar dan ben ik er een half uur te vroeg! En vanavond dan? Hoe kom ik dan thuis?"
"Allemaal aan gedacht. Wat betreft het te vroeg komen: beter dat dan doorweekt, toch? En vanavond haal ik je wel weer op."

Als we in de auto zitten, zegt J.: "Vroeger, hè, vroeger zouden we dit met de fiets doen."
"Ach," antwoord ik, "de dieselprijs staat toch gunstig."
"Nee, nee, dat bedoel ik niet. Vroeger trokken we ons van dit weer niks aan. Trokken we een regenbroek en -jas aan, gingen we tegen de wind in hangen en kwamen we zo wel waar we wezen moeten. En nu, drie druppels regen en we nemen de auto. Stelletje yuppen zijn we."
Even ben ik stil. "Ja, vroeger zouden we de fiets pakken," mijmer ik J. gelijkgevend. "Nu zijn we yuppen. Droge yuppen. Yak."

Daarom deed ik 's middags de weekboodschappen bij de Aldi. Met de auto. Die had ik toch bij me.
20 November 2008 :: 17:51

Aan alles komt een eind

Trots kwam mijn moeder thuis met iets meer dan een meter aan boeken. "Jongens, vanaf nu weten we alles. Ik heb net de kleine Winkler Prins gewonnen." Het bijgeleverde rekje werd op een prominente plek in de woonkamer gehangen en als we iets wilden weten, riepen mijn ouders eerst: "Kijk maar even in de encyclopedie!"
Voor een leesgierige liefhebber van feitjes als ik was deze papieren gigant de hemel op aarde. In elk werkstuk dat ik vanaf groep zeven schreef, zag de bibliografie zwart van de verwijzingen naar de Winkler Prins en als ik iets opzocht, was ik steevast een uur van lemma naar lemma aan het bladeren.

Dat was vroeger. Voor de mooi heb ik een klassieke encyclopedie in mijn kast staan, maar feitelijk gebruik ik internet als ik snel iets wil weten. J. vindt 'm lelijk en wil dat ik de encyclopedie wegdoe, maar puur voor de nostalgie hou ik 'm. En om J. een beetje te plagen, maar dat weet ze niet.
Vanochtend werd mij weer eens pijnlijk duidelijk gemaakt dat aan alles een einde komt. Ik blijk - hoe verrassend - namelijk niet de enige die tegenwoordig zijn informatie van de digitale snelweg plukt en daarvoor niet het papieren landweggetje gebruikt. Op Dutch Cowboys las ik dat Winkler Prins besloten heeft de papieren versie te laten vallen. Juist omdat mensen tegenwoordig bronnen als Wikipedia gebruiken om iets op te zoeken. Net als ik dus.
Hoe ironisch is het dan dat Dutch Cowboys doorlinkt naar Wikipedia om duidelijk te maken wat Winkler Prins is.

Puur als eerbetoon zal ik vanavond iets opzoeken in mijn papieren encyclopedie. Suggesties iemand?
18 November 2008 :: 15:56

In de pocket

Susy wilde de inhoud van mijn zak zien. Of sakosh, zoals ze elders in ons taalgebied plegen te zeggen. Haar man stelde dat mannen niet eens een tas hebben, dus dat moest gecontroleerd worden en ze daagde Cyriel - immers een man pur sang - uit te laten zien wat hij dagelijks in zijn tas meesleept.

Komt het:



1. Telefoon: ik ben altijd bereikbaar, maar neem lang niet altijd op
2. Slotje: om mijn racefiets snel op slot te kunnen zetten
3. Gereedschap: je weet nooit wat je onderweg moet repareren
4. Sleutelring: geen idee wat ik ermee moet
5. Schroefjes van de Ivar: draag ik nog steeds bij na de verhuizing van een half jaar geleden
6. Spin: voor als ik op mijn gewone fiets iets groots mee moet nemen
7. Fietspomp: als ik onderweg een lekke band heb
8. USB-stick: zonder nationale geheimen
9. Visitekaartjes: als zelfstandig ondernemer heb je die natuurlijk altijd bij je
10. Pennendoosje: met mijn luxe pennenset
11. Pennen: kan een neerlandicus zonder?
12. Portemonnee: vol kleingeld en meer dergelijke rotzooi
13. Sleutels: hoe kom ik anders binnen?
14. Pasjesetui: voor alle pasjes die niet meer in (12) passen
15. Autopapieren: omdat ik vandaag te lui was om te fietsen
16. Bonnetjes: voor het geval ik iets moet ruilen
17. Vervoersbonnetjes: uit Rome, dus hier heb ik er niet zoveel meer aan

Tja, een hele zooi dus. Eigenlijk houdt het op bij (1) en (12), want die heb ik echt altijd bij me. Maar hé, dat zou erg saai worden. Dus daarom heb ik mijn rugzak gepakt en heb ik die leeggekieperd. Want mijn rugzak heb ik bíjna altijd bij me.
Kortom: ik sleep dagelijks een heleboel mee. Gelukkig zijn het veelal typische mannendingen. Veel typische mannendingen. Word ik sterk van, al dat gezeul.

Goed, dan komt nu het moeilijkste, want ik moet het stokje doorgeven. Eerst even de spelregels:

1. Kieper uw handtas om, trek een foto en geef een woordje uitleg.
2. Plaats een link naar degene van wie je de opdracht hebt gekregen.
3. Zoek maximum 3 andere mensen die volgens u in het bezit zijn van een sakosch.
4. Link in je bericht naar deze blogs.
5. Verwittig de pineut.

Komen hier twee mensen die ik al een tijdje al heul lang ken, maar sinds kort via het bloggen weer volg. Destijds sleepten ze dagelijks een tas met leerstof mee, en ik ben benieuwd wat ze tegenwoordig met zich meedragen. Is het nog steeds verrijkend voor de geest of is het praktischer van aard?

*Tromgeroffel*
Pieter en DieVanNederlands: leeg jullie handtasjes/broekzakken/ schoudertassen/rugzakken. En laat ons jullie beter te leren kennen. Want je bent wat je meedraagt.
17 November 2008 :: 17:57

Verhaal op maandag: De wachtkamer

Zie je mij zitten? Links achteraan, daar in de hoek. Altijd het liefst in de hoek, want daar val je het minste op en heb je bescherming van twee kanten. Ik wil altijd alles in de gaten kunnen houden, zeker als ik ergens ben waar ik nog nooit ben geweest.
Zie je het? Ik zit licht voorovergebogen, met mijn handen met de polsen tegen elkaar aan maak ik een kom, mijn hoofd in die kom. Beetje ongemakkelijk, zo voel ik mij ook. Ik weet namelijk niks anders te doen dan te kijken. En dat is leuk, maar niet als je al drie uur achter elkaar naar hetzelfde zit te staren. Na een tijdje ga je kijken of dingen nog net zo zijn als het uur ervoor. Of twee uur, drie uur mag ook. Je controleert je kijken. Dat doe je één keer, je controleert daarna of je goed gecontroleerd hebt en dat controleren controleer je weer. Eén keer, twee keer, drie keer, vier keer, veel keer.
Daar, zie je die deur? De enige deur in de ruimte. Ik draai mijn hoofd even in de richting van de deur. Ik hoopte dat er iemand binnen zou komen, net als nu precies tweeënvijftig minuten en dertien seconden geleden. Een nieuw iemand om te bestuderen. Gelukkig bleef die iemand van tweeënvijftig minuten en achtenveertig seconden geleden ook zitten, had ik weer tien minuten iets te bekijken. Spannend ook, want hij mocht natuurlijk niet zien dat ik hem aan het bekijken was. Zodra ik ook maar een beweging van zijn hoofd dacht te bemerken, draaide ik voor de zekerheid mijn ogen weg. Maar dan niet te snel natuurlijk, want anders zou hij dat kunnen zien en zou hij weleens kunnen denken dat ik naar hem zat te kijken en dat mag natuurlijk niet. Kom, ik ben geen bespieder.
Kijk eens goed, zie je dat er wat veranderd is? Ik ben namelijk gaan verzitten. Nu met mijn benen ver uitgestoken, kont op het voorste randje van de stoel, rug tegen de ruggenleuning en mijn armen gekruist voor mijn borst. Ik kijk, denk ik, heel stoer. Of althans, dat weet ik zeker, ik probeer heel stoer te kijken. Ik hoop dan ook dat niemand het waagt iets tegen mij te zeggen. Ik heb geen zin in de verhalen van die puistenkop, die gaat vast vertellen naar wat voor een te gek cool wrede computerbeurs hij is geweest. En dan die dikkere vrouw daar, die ziet er uit alsof ze denkt dat gezellig is en dan gaat praten over de o zo leuke plantjes van mevrouw Janssen in een dorp ver verwijderd van mijn woonplaats, een dorp waarvan ik het bestaan niet eens vermoedde. Het enige leuke aan dat verhaal zou de plaatsnaam kunnen zijn, ik gok namelijk dat het dorp iets van Gaarkeuken of Doodstil heet of zo. Maar ja, dan zou ik vast hard moeten lachen, terwijl zij niet inziet wat er zo grappig aan is en ze zou me met een stalen gezicht de hele geschiedenis van de dorpsnaam gaan vertellen. En daar dan, dat hele dunne meisje, ze mag mijn boterham wel hebben. Al denk ik dat haar maag niet groot genoeg is om de boterham in één maaltijd te verorberen. En daar, dat meisje, ik vind haar onaantrekkelijk. Zat er maar één leuk meisje tussen, gewoon, een vrolijk gezicht, een mooie lach, dan was ik al wat blijer. Hoewel, uiteindelijk zie ik altijd wel iets dat niet mooi is. Als je maar lang genoeg kijkt. En daar heb ik hier wel tijd voor.
Zie je de wijzers op de klok verspringen? Die klok boven de deur. Ik heb ontdekt dat een seconde niet één seconde duurt, maar iets korter. Als hij namelijk zestig tikjes heeft gemaakt en dus een heel rondje, wacht hij heel even en springt de minutenwijzer eerst een minuutje. En dus kan een seconde op die klok nooit precies een seconde duren. Dit geldt trouwens ook voor stationsklokken . Maar wat heb je aan een secondewijzer als die niet werkt zoals hij moet werken? En wat nu als niet alleen de secondewijzer bovenaan staat, maar ook de minutenwijzer? Wachten ze dan allebei totdat de urenwijzer een sprongetje heeft gemaakt? Wel ironisch, ik heb nu tijd genoeg om daar op te letten, maar om een of andere rare reden kijk ik net niet als dat voorkomt. En nu ik er toch over nadenk, stel dat de seconden- en de minutenwijzer bovenaan wachten, wat dan als ook nog eens de urenwijzer bovenaan staat? Om twaalf uur, waar wachten die drie dan op? Blijft de tijd dan staan? Ontploft de klok dan? Maar voor ik dat weet, zijn we een uur of acht en dertien minuten verder en dan hoop ik hier toch niet meer te zitten.
Zie je dat, die man die probeert te slapen? Goed idee, slapen hier. Wat heb je immers beter te doen? Misschien moet ik ook maar eens mijn ogen sluiten, ze zijn wel wat zwaar. Heb ik altijd, als ik te lang alleen maar rondkijk. Je wordt er zo gruwelijk moe van, van niks doen. En wachten is niks doen. Ik zou ook wel willen slapen, heb zelfs al een tijdje de ideale houding ervoor. Lekker onderuitgezakt. Oh man, ik kan mijn ogen bijna niet meer openhouden, zeker nu ik aan slapen denk. Toch maar even mijn ogen dicht en slapen? Maar ik durf eigenlijk niet, niet met al die vreemde mensen er bij. Wat moeten die wel niet denken als mijn hoofd scheefzakt. Erger nog: als mijn mond een beetje gaat openhangen en d’r zo’n speekselsliertje uitloopt. Of nog erger: als ik begin te snurken? Wat moeten die mensen wel niet denken? En zelfs al zou dat allemaal niet gebeuren, iemand kan zomaar aan mijn spullen zitten. En dan word ik wakker en ben ik al mijn spullen kwijt. Nee, ik kan maar beter wakker blijven, ook al kost me dat zo veel moeite.
Kijk, daar pakt die jongen wat drinken, zie je? Ik heb ook dorst, maar heb al in het eerste uur het laatste water opgedronken dat ik bij me had. Mijn tong is droog en mijn keel begint zeer te doen. Ik had niet verwacht zo lang hier te moeten blijven. Anders had ik het water opgespaard, had ik gewacht met drinken. Had ik niet heel gulzig de fles aan mijn mond gezet, maar had ik slechts mijn lippen bevochtigd, misschien een klein slokje genomen als alles echt te droog werd. Maar nu is het te laat. Ik heb dorst en ik kan niet aan water komen. Misschien kan ik wat aan die jongen vragen. Aan de andere kant, ik wil niet dat hij met me praat. En misschien wil hij wel helemaal geen water afstaan, maar begint hij over die computerbeurs. En springt er een puist open. Maar dorst heb ik wel. Is er nergens een fonteintje hier? Waar ik mijn fles met water kan vullen? Ik ken de hele ruimte al uit mijn hoofd, maar kijk toch voor de zekerheid nog een keer om mij heen. Helaas…
He, kijk daar eens, de man heeft zijn ogen geopend. Hij kijkt deze kant op. Niet kijken nu. Waarom kijkt hij naar mij? Wil hij iets zeggen? Is hij op mijn spullen uit? Even kijken of hij nog kijkt. Langzaam, zo nonchalant mogelijk draai ik mijn hoofd in zijn richting. Met mijn ogen maak ik een snelle beweging langs zijn blik. Nog steeds heeft hij zijn ogen op mij gericht. Ik voel me ongemakkelijk, heb geen idee wat die man denkt, wat hij wil. Of kijkt hij slechts naar mij om de tijd te doden? Zou hij hetzelfde denken als ik? Nee, dan had hij wel zijn hoofd weggedraaid toen ik mijn hoofd naar hem toedraaide. Nog steeds kijkt hij. Zal ik hem groeten? Hij ziet er niet onaardig uit. Toch durf ik hem niet aan te spreken. Ik wil hem eigenlijk ook niet aanspreken. Ik blijf liever alleen.
Zie je dat tijdschrift naast me liggen? Blijkbaar hebben ze er hier ook een abonnement op. Zelf krijg ik hem ook elke week in de bus. Deze is van drie weken geleden. Ik lees hem altijd op de wc. Als ik moet gaan poepen, neem ik altijd het blad mee. Ik poep ongeveer drie keer per dag en in een week tijd kan ik precies het blad helemaal lezen. Er staan veel goede artikelen in. Ik pak het blad op en blader het nog eens door. Dat heb ik nu al drie keer gedaan en ik blijf op zoek naar ongelezen teksten. Vandaag heb ik alle advertenties in het blad gelezen. De echte teksten had ik immers al thuis uitgelezen, op de wc. Er staan ook goede strips in. Als er eentje echt goed is, knip ik hem uit en plak hem op de wc. In een studentenhuis is het altijd interessant op de wc. Als ik op een vreemde studenten-wc kom, blijf ik ook altijd langer dan noodzakelijk zitten. Eigenlijk wil ik dan altijd alles lezen wat er hangt. Goed doen die gratis kaarten het en de stripjes uit de krant. In drie tekeningen iets grappigs vertellen. Knap eigenlijk, om dat iedere dag te kunnen doen. Maar goed, ik heb het blad dus nu echt helemaal uit en alles gelezen. En gecontroleerd of ik alles gelezen had. Ik leg het blad maar terug.

Hee, luister, daar klinkt de bel! Drie heldere klanken galmen door de ruimte. Iedereen kijkt op alsof ze zojuist wakker zijn gemaakt. Ik sta op en iedereen kijkt mij aan. Ik mag nu de deur door en aan het einde van de gang moet ik rechts zijn. Daar krijg ik te horen hoe het verder moet.
16 November 2008 :: 21:55

Jarig II

Zoals bij elk feestje vraag ik me een uur voor aanvang af of ik wel genoeg bier in huis heb. En zoals altijd regel ik nog twee kratten extra bier.
Om 21.00 uur begint het, om 21.10 uur wordt er voor het eerst aangebeld. Collecte. Of ik wat geld heb voor een Goed Doel. Natuurlijk. Of hij zin heeft in een bierje. Nee, dat liever niet.
Om half tien vraagt het eerste bezoek of ze niet te vroeg zijn. Het is nog zo rustig. Een uurtje later is het wel drukker, maar is het nog steeds een zitpartijtje. Iedereen kletst met iedereen en ik ren heen en weer naar de deur, de koelkast, de voorraadkast, het bezoek, naar de wc, naar de deur, het bezoek, de koelkast, de deur, de koelkast. Kortom, ik ben overal mee bezig, behalve met genieten.
Dan geeft een maat van me een glas whisky en vraagt of ik meega naar de pooltafel. Daar blijkt al een hele groep te zijn en iedereen heeft een drankje, er wordt gespeeld, gelachen, mensen halen zelf chips van boven. Ik klets wat met D., speel een spelletje pool tegen J. en laat S. mijn nieuwe tijdritfiets zien.
En ineens is het half drie en zegt de laatste dat hij naar huis gaat. Voldaan ruim ik het huis op. Ik kijk nu al uit naar volgend jaar. Op vrijdag de dertiende word ik dertig. Dat wordt echt een knalfeest.

En die twee kratten bier die ik extra gekocht heb? Die zijn natuurlijk precies over. Nu ja, binnenkort maar een tussenfeestje dan. Even een goede reden verzinnen.
14 November 2008 :: 17:55

Baddisco

Gisteren was ik dus jarig. Vandaag is het feestje en morgen komt het 'bezoek', dus echt veel cadeautjes waren er op de dag zelf niet. J. had het hare al in september gegeven, want toen startte de schrijfcursus die ik tegenwoordig volg.
Toch wilde ze niet dat ik de dag zonder presentje door zou komen. "Ja, ik heb toch nog iets voor je gehaald!" J. straalde. "Maar je moet even beneden wachten totdat ik je naar boven roep..." Een knipoog volgde.
...
"Kom maar, Cyriel!"
Ik haast me naar boven, naar de badkamer waar haar stem vandaan komt. Daar ishet donker, een goed teken.
Ha, zo'n cadeautje zie ik wel zitten! Halverwege de trap trek ik mijn shirt uit, al struikelend maak ik mijn veters los en net voordat ik de badkamerdeur opengooi weet ik mijn broek en onderbroek in een beweging uit te trekken. "Hier ben ik al, lieverd!"

Lachend staat J. naast het bad, met haar kleren aan. In het bad drijven drie groen-rood-blauw knipperende badeendjes.
"Tadaaa! Jij wilt toch altijd leuke, nutteloze cadeautjes? Het gaat eigenlijk tegen mijn natuur in, maar ik zag je hier in bad wel mee spelen. Je eigen baddisco! Hoe cool is dat. Nou, veel plezier ermee, ik zit beneden. Doei!"
...
Pas een half uur later had ik genoeg van het onder water duwen en het naar boven laten springen van de eendjes. Toch nog een leuk cadeau op mijn echte verjaardag.
11 November 2008 :: 22:34

Jarig

Pas over twee dagen ben ik echt jarig en vrijdag zal ik dit met een feestje vieren. Stiekem ben ik al een tijdje af aan het tellen, steeds een nachtje minder. Negenentwintig word ik, bijna zes handen vol. Volgend jaar op vrijdag de dertiende heb ik die dertigste vinger nodig. Ik kijk er nu al naar uit. Dat gaat pas een knalfeest worden.
Maar goed, eigenlijk wilde ik het daar niet over hebben. Vandaag wil ik u feliciteren. Mocht u jarig zijn, dan is dat toeval. In dat geval wil u dubbel feliciteren.
Waarom dan? Wel, precies een jaar geleden opende ik Het Recht van de Sterkste, ook met een vooruitblik op mijn verjaardag. Ik hoop dat u deze twaalf maanden net zo genoten heeft als ik. Als ik zo vrij mag zijn om voor mezelf te spreken: soms voelde het als dwang. 'Ik moet vandaag nog een stukje schrijven. Het moet!' Maar meestal ging het eigenlijk vanzelf. En heeft het mij in elk geval heel veel plezier opgeleverd. Zullen we dus het glas heffen op een jaar stukjes schrijven - en voor u stukjes lezen?
En vooruit, omdat ik zo egoïstisch ben, ook een beetje op mij. Ook al is het twee dagen te vroeg.
10 November 2008 :: 23:03

Verhaal op maandag

Pieter zette 'm in en ik zet 'm om in een nieuwe rubriek hier op Het Recht van de Sterkste: Verhaal op maandag. Elke maandag zal ik een vers verhaaltje of ander schrijfsel plaatsen. Deze week iets in opdracht: schrijf een tekst in de stijl van je favoriete auteur. Wie dat is, zal niet moeilijk te raden zijn.

---

Wij wandelden met z'n drieën langs het water. In de middag hadden we de trein genomen en nu liepen we naar het einde van de wereld. Het einde van de wereld, waar de zon het water raakt en het water vaaloranje wordt. Pannenkoek zei dat-i honger had en stelde voor op dat bankje te gaan zitten. Verder zei Pannenkoek nooit wat. Hij praatte alleen nog via zijn muziek.

Ik zat op de leuning met mijn voeten op de zitplank. Pannenkoek at zijn boterhammen naast mijn voeten en Kersten liep rusteloos rond. Hij wist het niet, zei i. 'Waar doen we het voor? We staan 's ochtends op, kleden ons aan. We smeren een boterham en gaan naar de baas om voor hem geld te verdienen. Wij werken er hard en 's avonds mogen we naar huis waar we warm eten en in het donker bij de lamp nog een boekje lezen. Dan gaan we op tijd naar bed, want we zijn te moe om samen nog iets te doen. We gaan slapen en staan 's ochtends weer op. Dat doen we zo vijf dagen, daarna hebben we twee dagen vrij. Vrij om boodschappen te doen, naar mijn zuster te gaan en op zondag kunnen we dan naar haar ouders. Maar we moeten op zondag wel weer op tijd thuis zijn. Op maandag worden we immers weer op het werk verwacht.'

Pannenkoek had zijn boterhammen op. We liepen verder naar het einde van de wereld. Langs velden vol gele bloemen en kale plekken, waar de koeien hadden gegraast. Een koe kwam ons bekijken, ik gaf haar een handje gras. Ze likte mijn handen schoon.
We liepen langs het water, dat naar de zee stroomde. Al zestigduizend levens lang en na ons nog eens zestigduizend levens lang. Toch is het nooit hetzelfde water. Het is niet hetzelfde, maar doet wel hetzelfde. Toen Pannenkoek nog praatte, zou i gezegd hebben dat i er gek van werd, van zulke gedachten. Maar daarom praatte i niet meer, hij wil niet gek worden.

Vroeger zei Kersten iets heel anders. 'Cyriel,' zei i, 'Cyriel, later doen we het anders. We gaan niet net als onze ouweheer vijf dagen hard voor de baas werken. Wij werken alleen nog voor onszelf en als we er geen zin in hebben, werken we niet. Wij zullen vrij zijn en mooie dingen maken. Ik ga schilderen, Pannenkoek maakt muziek en jij schrijft boeken. Wij creëren en voeden de burger op. De man die wel voor een baas werkt. Die man zullen wij laten zien hoe je werkelijk vrij kunt zijn.' Dat zei Kersten vroeger, maar nu was-i alleen nog maar kwaad.

Voor ons hadden vast al duizenden mensen naar het einde van de wereld gelopen. En na ons zullen nog duizenden dit pad afgaan. Maar nu werd het donker. Het was al laat.
Toen we alledrie natte voeten hadden omdat we de plassen niet meer zagen, stelde ik voor om terug te gaan naar het station, daar de trein te nemen en ons thuis te bed te begeven. Het einde van de wereld was voor een andere keer.
08 November 2008 :: 23:35

Het geluk zat 'm vandaag in kleine dingen

Mijn vader en moeder die me in ochtenjas uitzwaaien.
De eerste cross van het jaar die ik ondanks een gekneusde duim en materiaalpech uitrijd.
Niet laatste worden.
De radio die hard staat in de auto.
Dat ik over vijf dagen jarig ben.
Samen douchen.
Kletsen in bed terwijl J. langzaam in slaap valt.
J. instoppen.
Opstaan en nog even werken.
De chocoladeletter die ik niet kan weerstaan.
De wind die roze balonnen onder de lantaarnpalen voor mijn raam laat dansen. En dansen. En nog een keer laat dansen.
De nacht.
05 November 2008 :: 21:53

Kopiëren kun je leren

"Schat, lieverd, poepie, drolletje." Enigszins aangeschoten hang ik op een avond aan de telefoon. "Kun je alsjeblieft-alsjeblieft please-please-please een stukje schrijven voor mijn weblog?"
J. zucht aan de andere kant van de lijn. "Ik schrijf nooit. En bovendien is het jouw weblog. Waarom zou ik wat moeten schrijven?"
"Mijn fans verwachten een stukje. Ik heb al twee dagen niks geschreven. Ik laat ze in de steek! En natuurlijk kun jij leuk schrijven. Hartstikke leuk. Echt!"
"Oh ja? Wanneer heb je dan voor het laatst een leuk verhaal van me gelezen?"
Er viel even een stilte. Had ik niet moeten doen, daarmee gaf ik J. gelijk.
"Zie je? Ik ga dat gewoon niet doen. Drink maar lekker verder en schrijf morgen iets. Vinden je lezers heus niet erg."

Dit verhaal speelde zich een week of wat geleden af en ik was het allang weer vergeten. Totdat ik vanochtend wakker werd van een piepje. Mijn mobieltje, ik kreeg een sms'je van J. Zij was al een half uur weg en wilde me blijkbaar iets laten weten.
Ik open het sms'je.

Soepel door de bocht met de handen losjes op 't stuur, iets te losjes blijkt in bocht twee. Slippend probeer ik er nog iets van te maken, maar 45 graden overhang is bij klimmen al lastig, laats staan op een fiets. De laag modder op de weg, door de combinatie van herfst en verbouwing van de straat, zorgt voor een 'zachte' landing. Maar het is toch jammer dat ik er de hele cursusdag bijloop alsof ik net nog even heb bijgebeund als stratenmaker!

U begrijpt dat ik meteen J. terugsms'te, nadat ik na vijf minuten mijn adem hervonden had. "Ik dacht dat jij niet kon schrijven."
"Kan ik ook niet. Ik deed gewoon jou na."

Verdorie. Die kan ik in mijn zak steken.
04 November 2008 :: 17:16

Nooit te oud om te leren

"Pap? Pap? Mag ik helpen?"
"Hier, hou jij het bakje met schroeven vast, kun je me ze aangeven."
"Mag ik ook even met de schroevendraaier werken? Een schroef?"
Natuurlijk ging hij scheef. Alles waarbij ik hielp tijdens het klussen liep scheef. Ik wilde wel, maar was gewoon niet handig.

"Ga jij maar lezen, jongen. Dat is jouw talent."
"Okidoki!" En weg was ik, naar mijn boekengrot om avonturen te beleven.


Ik werd ouder en had het klussen opgegeven. Maar de hobby die ik kreeg, bleek behoorlijk prijzig. Als je namelijk je fiets bij elke afwijking naar de fietsenzaak moet brengen, raakt je portemonnee sneller leeg dan dat je kunt fietsen. Dus ging ik zelf knutselen. Mijn motto werd: 'Als ik het kapotmaak, kan het alsnog naar de fietsenmaker'. En beetje bij beetje leerde ik hoe ik mijn eigen fiets moest onderhouden.

Ik zet een stap naar achter en bekijk vol trots mijn monster. Helemaal vanaf niks heb ik deze fiets in elkaar gezet. Eigenhandig. En de eerste tijdrit ging dan wel mis doordat ik een schroefje niet goed had vastgedraaid, nu heb ik toch de eerste overwinning binnen. Maar de mooiste is misschien wel dat hoe onhandig ik ook ben, ik toch wel een paar boutjes recht erin kan draaien.
02 November 2008 :: 23:10

Met hart en ziel

Het is zijn territorium. Hij is hier de baas en niemand anders. Met een berekend nonchalance gebruikt hij precies genoeg van de juiste ingrediënten, weet hij hoe lang het moet koken en hoe hard hij moet roeren. De pan is met knoflook ingevet en de geur brengt iedereen nu al in extase.
Af en toe neemt hij een hapje om de smaak te testen. Natuurlijk is dat goed, maar zijn publiek verwacht een show. En een show kan hij geven. Hij laat zich door de drie dames toejuichen als was hij een popster. Misschien is hij ook wel een popster. Hij geeft ze de aandacht die ze willen. Een blik, een lach, een stukje stukbrood. Hier, neem alvast een stuk.

Dan geeft hij het teken. De pan wordt van het vuur gehaald en naar tafel gebracht. Vol verwachting kijken de vrouwen hun idool aan. Mogen ze? Een knikje is genoeg om ze op de berg broodjes te storten en massaal wordt het kapperige stokbrood in de kaas ondergedompeld. Een gelukzalige stilte vult vervolgens de keuken.

De keizer van de kaasfondue heeft het weer geflikt.
01 November 2008 :: 01:42

Verrassing

J. had ik gesms't: Vanavond eten we toch wel samen?
Dan wist ik tenminste zeker dat ze niks anders zou afspreken. Vlak voor zessen zou ik even naar boven sluipen om een grote zakdoek te pakken (schoon uiteraard). Dan weer naar beneden, achter J. gaan staan en haar blinddoeken.
Vervolgens zou ik J. haar jas aandoen, mijzelf natuurlijk ook en dan - gewoon, omdat het kan - J. een keer of vier in de kamer ronddraaien. De deur open, J. naar de schuur begeleiden en haar achter op mijn fiets zetten. Daarna de brug over fietsen terwijl J. wil weten waar we heen gaan. Ik heb nog geen idee, dus ik zou gewoon ergens heenfietsen en dan, voor een leuk restaurantje, zou ik J. de zakdoek afdoen en heel romantisch tegen J. zeggen: "Tadaa! Vanavond hoef je niet af te wassen." (Want hé, is dat niet de droom van iedere vrouw?)
Ik had het zo mooi in mijn hoofd zitten.

Het sms'je als antwoord op de mijne: Ja, ik moet alleen vanavond wel studeren. Zullen we daarom tussen het studeren door met zijn tweetjes ergens eten?
Het was lekker, hoor. En gezellig. Heel gezellig. Maar verdomme, dat plannetje leek me ook zo leuk.

Het recht van de sterkste

Tijmen (31), José (29) en Koosje Jans (0) bezien de wereld met hun eigen blik. En daar schrijven ze dan over. Nu ja, Koosje Jans natuurlijk niet, maar Tijmen en José wel. Hoe, dat is zelfs voor hen regelmatig een verrassing.

Logtantes

Zij zijn reeds gelauwerd en geprezen. In de literaire wereld houdt men al sinds de negentiende eeuw rekening met deze vooruitstrevende dames en nu zijn ze weer helemaal terug. Rosalie en Virginie, wij zijn vereerd dat wij in jullie zog mee mogen doen!

Nuit Blanche

Net geschoten

José (Oma): @Wien: Absoluut! Ze heeft…
José (Tienertour): @Nicolette: Echt waar, wo…
sanneke (Oma): Wat mooi, José. Volgens m…
Nicolette (Tienertour): Hé wat grappig vanuit Lel…
Wien (Oma): Prachtig, ontroerend José…
José (Oma): @Octavie: Dank je. Ik heb…
Jeanine Guidry (Oma): Oh Jose, daar ben ik dus …
Octavie (Oma): Ach, wat ontroerend, mijn…
José (Oma): @Marieke: Ik vrees dat T…
Dionne (Oma): Wat een mooie oma.

Zoek!