Wanted dead or alive
Wanted dead or alive
31 December 2008 :: 15:06

Op de valreep

2008 liep ten einde en Cyriel vond dat wel een Moment. J. en hij hadden de hele dag samen in huis geklust. Op derde kerstdag waren ze naar de IKEA, de Gamma en meer van zulks gegaan om van hun stulpje nog meer hun thuis te maken. Boekenplanken, een bank, kastjes en wat ophangmeuk was het resultaat van een ochtendje geldwerpen.

De stofwolken waren opgetrokken en samen keken ze tevreden naar het resultaat. Cyriel keek opzij en was ook daarmee erg tevreden. Een jaar geleden was hij er nog niet aan toe, maar nu kon het, nu voelde het goed.

"J., zullen we de boeken door elkaar zetten?"

Hij is definitief gezwicht, zijn boekenverzameling zal ook de hare zijn.
29 December 2008 :: 23:01

Hoe Oud en Nieuw niet doorging

De Santenkraam zou de 28e langskomen, zo hadden we afgesproken. En omdat ik had verteld dat ik niet zo'n zin had in Oud en Nieuw (J. moet werken), zei Sanneke dat we dan Oud en Nieuw wel naar voren konden verschuiven.
En zo ging ik alles plannen. De spelletjes stonden klaar. Ik had een dvd van een slechte cabaratier gehaald, voor op de achtergrond. En een filmpje van een aftellende klok, voor als het bijna twaalf uur was. Er was kindervuurwerk ingekocht, zodat we knalerwten konden gooien en sterretjes aansteken. De champagne stond koud. Ik had zelfs een eigen oudejaarsloterij in elkaar geknutseld. Alleen de oliebollen moesten nog gebakken worden.

Toen belde Sanneke om vijf voor twaalf, dat ze een heel zieke Nisse had en dat onze kant opkomen toch een groot probleem zou worden. Gelukkig konden J. en ik de 29e ook, dus hoopten we dat een nachtje rust wonderen zou verrichten. Maar helaas, Nisse had het flink te pakken, zodat we Oud en Nieuw moesten afzeggen.
En zo zal ik alsnog in mijn eentje op 2009 proosten. Als u dan even aan mij denkt.
25 December 2008 :: 17:41

Fijne kerstdagen

Onder de kerstboom lagen zes pakjes. "Ja, ik wilde toch eens cadeautjes doen met Kerst," zo verklaarde mijn moeder. Ze klonk enigszins schuldig.
Toch lieten wij ons niet uit het veld slaan. Na de supergave cadeaus van vijf december waren we wel toe aan iets nieuws...

"Hé, vet! Nep-Playmobil," zei de Lego-jongen.
"Wauw, ik heb een boek over paardenmeisje," zo riep het voetbalmeisje uit.
"En ik! Ik heb een Barbie gekregen." Met welk een enthousiasme riep het meisje dat van buitenspelen hield dat uit.
Mijn jongste zusje kon nog niet praten, maar je kon zien dat ze blij was met haar spraakcomputer.
En mijn vader die van autobladen houdt? Die kreeg een 101 Woonideeën in zijn kerstsok.

Mijn moeder moest weer lachen. Ze had voor altijd het Sinterklaasfeest veilig gesteld.
22 December 2008 :: 17:32

Verhaal op maandag: Hoe de kat een muis ving

Deze keer een fabel, die ik een keer als oefening opschreef...
---

Zoals men vast wel uit de boekjes weet
Is het de kat die de muis opeet
Maar eertijds was het een ander verhaal
De kat ging niet met de muis aan de haal
Neen, want de muis won steeds weer het spel
Hij was voor de kat constant te snel
Hoort dus dit verhaal, dames en heren
Hoe de kat de zaak wist om te keren
Over hoe het allemaal begon
En de kat eindelijk de muis overwon

Het was reeds voor de zoveelste keer
Het maagje van de kat rommelde weer
Om deze keer zijn honger te stillen
Zou hij het liefst de muis eens villen
Echter, hij wist van voorgaande keren
Dat hij het niet hoefde te proberen
Want hoe erg de kat zijn best ook deed
Iedere keer had de muis hem weer beet
De muis, hij was immers rap en klein,
Wist hem steeds weer te snel af te zijn
Als de kat hem bijna te pakken had
Dook de muis gewoon in een ander gat
Waar de kat dan niet naar binnen kon
En zo de muis het van de kat weer won

Maar nu was de kat de ellende zat!
Hij had het verliezen wel gehad
Hij moest maar eens een list verzinnen
Om het van de muis te kunnen winnen

Het volgende oreerde toen de kat:
“Muis, ben jij het allemaal ook zo zat?
Steeds opnieuw weer hetzelfde patroon
Het wordt mij allemaal zo gewoon
Ik steeds de jager, jij weer de prooi
Ik de roddelpers, jij de gouden kooi
Ik de koningin, jij steeds schaakmat
Ik de felle zon, jij het zwarte gat
Ik de bezetter, jij wordt onderdrukt
Ik heet een schoonheid, jij bent zwaar mislukt
Ik de Rembrandt, jij de winterschilder
Ik een levende, jij de gevilde
Jij leeft toch zo constant onder druk?
Jij vlucht je zo nog eens een ongeluk
Ben je het niet zat, gejaagd te leven?”

Hierover dacht toen de muis even
Alvorens hij het volgende zei:
“Weet je, kat, dit alles hoort erbij
Daarom dat ik er nooit over dacht
Maar gelukkig heb jij niet gewacht
Totdat een keer ik dood neer zal gaan
Vermoeid, niet meer op mijn pootjes kan staan
Maar nu jij het zo helder zo stelt
Als ’t zo doorgaat raak ik uitgeteld
Tot nog toe heb ik niet echt iets gevoeld
Maar ik snap zeker waar jij op doelt
Voorkomen is beter dan genezen
Anders valt voor mijn leven te vrezen
’t Is waar als je zegt dat het anders moet
Maar hoe, dat weet ik echter niet zo goed
Beste kat, heb jij soms een idee?”

“Ik wist net nog helemaal niets, nee
Maar nu schiet mij wel iets te binnen
Waarmee jouw gezondheid kan winnen!
Beste muis, wat dacht je nu van dit
Dat jij vanaf nu achter mij aanzit?
Dan jaag jij mij eens een tijdje op
Kost het jouw gezondheid niet de kop
En word ik dan eens het vluchten moe
Zorgen we toch dat ik de jagersrol doe?
Zo kunnen we jaren door blijven gaan
Zonder dat een van ons neer zal gaan.”

“Dat lijkt mij een reuzegoed idee
Daar hebben we beide voordeel mee!”
De muis reageerde uitgelaten
Hij ging hierdoor steeds sneller praten
“En weet je wat, ach kom
We draaien meteen de rollen om!”

De muis moest er eerst wel aan wennen
Hij wou eerst voor de kat uit gaan rennen
Totdat hij aan het nieuwe plan dacht
’t Was immers de omgekeerde jacht!
Eventjes speelde de kat het mee
Zodat de muis wende aan het idee
En raakte zijn concentratie wat kwijt
Nu, wist de kat, was het tijd
Plotseling stond hij stil
En klonk er een harde muizengil
Maar snel hoorde men slechts wat smakken
De kat had eind’lijk de muis te pakken
Met een beetje list en veel geduld
Had hij eindelijk zijn maagje gevuld

Beste mensen, onthoudt dus goed
Dat u niet altijd hetzelfde doet
Wilt u van een ander winnen
Kruipt dan zijn denkwijze binnen
En verslaat hem op zijn gebied
Meer verrassen zult u hem niet!
20 December 2008 :: 19:38

Cadeautjes

Voor de derde keer deze week word ik midden in de nacht wakker gesms't.
"Ik ben weer in de kroeg. Het is echt superleuk hier." Dan volgt een relaas over hoeveel sjans ze heeft en dat dat zo leuk is. Gelukkig eindigt ze er wel mee dat het jammer is dat ik er ben. Ik zou me nog eens zorgen gaan maken.
Dan kan ik de slaap niet meer vatten. Ik staar naar het plafond, tel schaapjes en adem twee tellen in en vier tellen uit. Maar het helpt niks. Ik voel het al: dit wordt een kort nachtje.
Ergens tussen alle gedachten die er door mijn hoofd gaan, is er eentje die zegt dat het wel leuk is als ik een cadeautje koop voor J., voor als ze vandaag thuiskomt. Immers, leuk al die aandacht van die skileraren, maar ik mag haar natuurlijk ook wel in de watten leggen. Want ik ben uiteraard de leukste. Dat ze dat even weet.
En dan komt er pas echt een geniale inval. Want waar draait flirten om? Je voelt je als vrouw wat vrouwelijker, sexy ook. Het is spannend en ook wel een tikkeltje ondeugend. Dus wat moet ik voor J. halen? Vier cadeautjes. Iets vrouwelijks. Iets sexy's. Iets spannends. En iets ondeugends.
Als de wekkerradio 9:00 aangeeft, spring ik uit bed, trek wat kleren aan, duik in mijn capuchon en begin mijn zoektocht.

Natuurlijk is het gelukt. Ik heb iets vrouwelijks, iets sexy's, iets spannends en iets ondeugends. Nog een uurtje, dan mag ik haar ophalen en kan ik het haar geven. Ik ben benieuwd wat ze ervan vindt.
En of ze voor mij een cadeautje heeft? Ik zou het heel leuk vinden, maar hoe zoet het ook klinkt: ik ben al blij dat ze weer thuis is.
18 December 2008 :: 23:00

De Wet van Cyriel

Waarom levert opruimen meer rotzooi op dan dat er weggewerkt wordt?

Ook vroeger was Cyriel een nette jongen


Opruimen op z'n Cyriels. Ik wist precies waar alles lag.

17 December 2008 :: 22:46

Dictee

Vandaag was het Groot Dictee der Nederlandse Taal. En ik heb verzaakt. Geen antidepressiva voor mij, want het Groot Dictee levert mij alleen maar stress op. Ik durf gewoon niet.
"Oh, jij hebt Nederlands gestudeerd? Dan maak je vast het Groot Dictee! En, hoeveel fouten heb je meestal?"
Dit vooroordeel speelt mij parten. Ik weet dat ik best kan spellen. De d staat meestal waar hij hoort en de t ook. Dan en als wisselen elkaar volgens de regel af. Maar al die moeilijke woorden? Die ken ik niet. Die interesseren me niet. Als ik ooit levercirrose heb en ik weet niet hoe ik dat op moet schrijven, dan zoek ik het wel op. En rabelaisachtig, ik weet niet eens wat het betekent. Maar bij het Groot Dictee ben ik bang dat ik dit soort woorden met een of meerdere fouten opschrijf en dat ik op basis van mijn foutentotaal een slechte speller ben, voor zover dit een graadmeter is. Bij het Groot Dictee heb ik faalangst, dat wil ik best toegeven.

Daarom kan ik stellen dat ik vanavond bewust nul fouten heb gemaakt. En ik ben erg blij met dit resultaat.
16 December 2008 :: 21:40

Winters tafereel

De mist blijft aan zijn wimpers hangen, zijn handschoenen worden langzaam witter. Diep voorovergebogen gooit hij al zijn kracht op zijn pedalen. Diep ineengedoken, om het laatste beetje lichaamswarmte niet door de wind weg te laten waaien. Zijn mond wil open, hij houdt hem krampachtig dicht. De kou slaat op zijn longen.
Een klik, de achterderailleur gaat toch een tandje naar rechts. Hij gaat versnellen. Weg uit dit weer. Even gaat hij staan, even zet hij aan. Kom op, dit tempo vasthouden! Hij ziet de denkbeeldige finishlijn van deze korte tijdrit. Vooruit, hij moet vooruit.

Kom op! Laat die kou, die deert je niet! Nog even volhouden, nog eenmaal schakelen. Je zit niet meer als een compact bolletje op je fiets, je bent een roofdier in volle jacht. Je staat op je pedalen en geeft alles om je prooi te vangen. Nog drie trappen, nog twee, nog een...

Het bos. De beschutting. De kou is verdwenen, je kunt nu echt gaan trainen.
15 December 2008 :: 21:18

Verhaal op maandag: Een droom

Ik loop over straat. Aan mijn handen zitten twee schoenen, als ware het wanten. Ook aan mijn voeten zitten schoenen, ik zou zo voorover kunnen vallen en op vier poten verder kruipen. Even overweeg ik dat te doen, maar de moeite lijkt me te veel.
Het verkeer raast dicht langs mij heen. Vijftig centimeter stoep heb ik om me voort te bewegen. Een stap naar rechts en ik lig onder een van de voorbijvliegende auto's. De angst zit in mijn keel en ik loop zo dicht mogelijk langs de huizen. Grauwe huizen. Ramen zijn dichtgetimmerd, dakgoten hangen scheef, glas ligt op de grond. Zo ver als ik kijken heb ik links een vervallen, bruine muur en rechts alleen maar snelle auto's. Ik zie geen zijwegen, ik moet vooruit. Ik moet.
De lucht is blauw, maar het is ijskoud. Op het ritme van mijn passen adem ik wolkjes uit. Gelukkig heb ik schoenen aan mijn handen. Maar ik rook niet.

Een meisje schreeuwt tegen me. Wat ze allemaal schreeuwt, is me echter volstrekt onduidelijk.Het raam staat open en ik hoor alleen maar toeterende auto's. Haar mond gaat open en dicht, net als van de goudvis naast haar bed. Als ik langs haar loop om het raam te sluiten, draait ze met me mee.
“Hier, je schoenen. Je hebt ze laten liggen. Had je geen koude voeten toen je naar huis liep?” Nog steeds heeft ze geen schoenen aan, zo zie ik als ik naar beneden kijk. Vragend kijk ik haar weer aan. “Nou, zou je ze niet eens aandoen?”
Ze wil de schoenen niet, smijt ze in een hoek.
“En jou hoef ik ook nooit meer te zien!” Ze blijft schreeuwen, een normaal gesprek lijkt me zo niet mogelijk. Ik houd mijn mond. Ik wilde zeggen dat we niet verder konden, ik heb immers nog een vrouw en kinderen. En ja, hoewel ik haar best leuk vind, kan dat natuurlijk niet. Dat moet zij ook wel snappen. Ik wilde haar zeggen dat het leuk was, maar dat het wat mij betreft hierbij zou blijven. Geen spannend geflikflooi in hotelletjes, hoewel ik me de laatste keer eigenlijk niet eens kan herinneren. Raar. Heb ik wel iets met deze vrouw gehad?

Ik sta buiten, maar weet niet waar ik heen moet. Het ging makkelijker dan ik verwacht had. Tevreden wil ik naar huis, dan kan ik gewoon verder gaan met mijn leven. Het is nog steeds koud en ik vind het stom van mezelf dat ik geen jas heb meegenomen.
Waar is mijn huis? Zo kan ik niet gaan lopen. Moet ik links of moet ik rechts? Links is een park, rechts de weg met grauwe huizen en de auto's. Daar kom ik vandaan, dus moet ik de andere kant op.

Als ik thuiskom, krijg ik mijn sleutel niet in het slot. Ik kijk naar het nummer naast de deur. 224. Ja, hier moet ik zijn. Ik probeer het nog een keer met alle sleutels, maar geen enkele past. Dan moet ik maar aanbellen.

Mijn vrouw doet de deur open en vraagt hoe ik aan die gescheurde kleren kom. Ik kijk naar beneden en zie dat inderdaad mijn colbert verscheurd is, mijn overhemd in repen om mijn lijf hangt en mijn broek vol grasvlekken zit. Ik heb geen idee, echt geen idee.
Als ik haar op de mond wil kussen, draait ze haar hoofd weg. Ze is boos, maar waarom? Ik heb alles toch goed opgelost? Er is niks, schat, ik heb het zojuist afgerond. We kunnen toch verder? Laat me nu maar naar binnen, ik wil me douchen en omkleden. Ik ben moe, heb heel veel gelopen. Geef me een kusje en laat me nu binnen. Laat me nu binnen. Nee, gooi die deur niet dicht. Kunnen we niet even als volwassenen praten? Dus mijn voet toch niet weg. Laat me binnen. Laat me. Het is al laat.
14 December 2008 :: 21:58

Het heerst

Ik ben moe. Ik rochel de hele straat wakker. Mijn ontlasting is vrij vloeibaar.
Mijn spieren doen pijn, ik ben een beetje stram. En ik heb het warm.

Griepje onder de leden? Nee, ik heb vandaag een goede cross gereden.
12 December 2008 :: 23:38

De tijdtic

Ooit had ik een horloge. Een echte Pulsar en toen ik die kwijtraakte, heb ik enige Aldi- en HEMA-uurwerken versleten. Met zo'n klokje om mijn pols wist ik precies hoe laat het was.
Maar het werd een tic, ik liet mijn leven erdoor beheersen. Om de minuut controleerde ik de tijd en tijdens bezigheden als colleges, doktersbezoeken, maar ook bij concerten en feestjes telde ik de tijd af die ik nog had. 'Oh, het duurt nog een uur. Poeh, lang, hoor!' 'Nog maar drie uur voordat het feest afgelopen is? Oh nee!'
Toen ik dat merkte en mijn horloge het begaf, besloot ik dan ook dat dat mijn laatste horloge zou zijn. Ik zou voortaan mijn polsen vrijhouden van tikkende tijdbommen. Overal is wel de tijd te vinden als je hem nodig hebt, maar ik wilde me er niet meer zo obsessief mee bezig houden. De wijzer van de klok zou mijn leven niet meer bepalen.

En ik werd rustiger. Het werkte. Ik genoot intenser, omdat ik niet bezig was hoe lang het zou duren. Colleges gingen sneller voorbij, ook al was het net zo saai. Feestjes duurden zo lang als het leuk was. Puur omdat ik de tijd niet aftelde. Want ik had geen idee. Een kwartier kon een half uur zijn, maar net zo goed vijf minuten. Tijdloos leven bevalt, ik kan het iedereen afraden.

Het enige dat ik me de laatste tijd toch steeds vaker afvraag: als de tijd voor mij ontbreekt, hoe kan ik er dan een tekort aan hebben?
11 December 2008 :: 20:18

Het rijk alleen

Vanaf morgen is J. negen dagen op cursus. In Zwitserland. Met een middagpauze van vier uur om een beetje in de sneeuw te kunnen spelen. Zwaar leven, hoor, dat van J.

Dat betekent dus ook dat ik negen dagen het huis voor me alleen heb. Ik kan een bacchanaal organiseren (alleen al omwille van het mooie woord), als ik met modderschoenen naar binnen wil banjeren doe ik dat, ik kook wat ik lekker vind en ik hoef niet op tijd thuis te zijn na een wedstrijd. En oh ja, ik bepaal een keer wat
En ach, ben ik niet immers een jongen die gesteld is op zijn vrijheid? Die liever 's avonds wat doet dan 's ochtends? Dan ga ik toch zeker niet van de daken schreeuwen dat ik J. ga missen? Nee, ik roep dat het helegaar niet erg is om even mijn eigen gang te kunnen gaan. Héér-lijk! Een mens zou vaker een weekje alleen moeten zijn, even geen rekening met iemand anders te hoeven houden. Zelfontplooiing to the Max!

Maar wilt u iets horen? Kom dan even dichterbij, fluister ik het even:
I k d e n k d a t i k J . b e s t w e l e e n k l e i n b e e t j e g a m i s s e n . . .
Niet verder vertellen, hoor. Want het zal ook best wel weer leuk worden, komende week.
10 December 2008 :: 21:13

Cyriel en Zijn Borsten

Ik heb mijn carrière allang uitgestippeld. Ik word namelijk later huisvrouw. Dat riep ik vroeger al en ik ben nog steeds bereid om deze taak op me te nemen als er kinderen komen. Hé, dit is ook een ambitie, hoor.

Toen ik een jaar of dertien was, voelde ik een knobbeltje bij mijn borst. Vlak bij mijn tepel geloof ik, en hoe langer het daar zat, hoe meer ik er door geobsedeerd werd. Naast ambitieus was ik namelijk ook een hypochonder. En dus zat ik er constant aan te voelen. Nu klinkt dat veel sexyer dan dat het was, hoor. Eigenlijk was het gewoon gruwelijk irritant.
Bovendien doemdacht ik nogal in die tijd. Leek het me eerst redelijk onschuldig, binnen de kortste tijd zag ik mezelf al gruwelijk ten onder gaan. Och, och, wat had ik een medelijden met mezelf. Gelukkig was mijn moeder een stuk praktischer en stuurde zij mij naar de dokter.
De dokter voelde wat, stelde enkele vragen en moest toen lachen. "Weet je, Cyriel," zo begon hij zijn diagnose, "je borsten zijn begonnen met groeien. Net als bij meisjes."
En dat verbaasde me, want ik meende die ochtend in de wc nog gewoon als een man geplast te hebben. Goed, ik zou dus niet doodgaan, maar het toekomstbeeld dat me nu voor ogen stond, was ook niet je van het. Plagerijen en een baan als kermisattractie lagen voor me in het verschiet.
Gelukkig vervolgde de dokter zijn diagnose. "Nu moet je niet meteen bang zijn voor een cup c en een beha bij het gymmen. Weliswaar is het proces heel even in gang gezet, maar het is ook zo weer voorbij en je zult er niks van zien. Je bent gewoon een jongen en dat blijf je ook."
En dat was het verhaal van Cyriel en Zijn Borsten. Met een happy end, want stelt u zich eens een man met borsten voor. Geen gezicht, wat ik u brom.

Ik word later toch huisvrouw. Zelfs genetisch is dat al een beetje bepaald.
08 December 2008 :: 19:05

Verhaal op maandag: Het tweede boek (deel II)

Je tweede boek is je moeilijkste boek. Je moet bewijzen dat je echt talent hebt, dat het niet toevallig was dat je een boek geschreven hebt. Dat jij niet die aap bent die, als je hem maar lang genoeg laat typen, eens een meesterwerk zal produceren.
Je moet bewijzen dat je een schrijver bent.

Diep gebogen zit De Schrijver op zijn stoel. Zijn ellebogen staan op zijn bovenbenen, zijn handen vormen een kom en zijn hoofd rust erin. Maar binnen in zijn hoofd stormt het. De ideeën beuken tegen zijn schedeldak, de verhalen fluisteren zichzelf in zijn oor. De ruis maakt echter dat hij niet kan verstaan wat ze zeggen.
Schrijven is voor hem een vak, een ambacht nog. Hij boetseert eerst zijn verhalen door ze met de pen op papier te schrijven. Hij streept weg wat overbodig is, plakt nog wat woorden daar waar ze ontbreken. De pen en het papier zijn de klei waarmee hij een prototype maakt. En pas als hij na lang werken, zwoegen en zweten eindelijk de vorm heeft gekregen die hij hebben wil, typt hij het op de computer uit, zoals een beeldhouwer uiteindelijk naar het marmer grijpt. Maar het echte creëren gebeurt nog met de hand.
Zijn debuut was overweldigend ontvangen. Slechts één recensie zou je met enige moeite negatief kunnen noemen, maar dat was een oude kennis van hem en daar had hij al jaren woorden mee. De Schrijver had van hem ook geen positieve recensie verwacht en eerlijk gezegd viel het De Schrijver nog mee. Het was slechts op de man gespeeld en over zijn boek stond er geen slecht woord.
Noem een programma op en De Schrijver was er te gast geweest. Van populaire zaterdagavondshows tot zwaar literaire radioprogramma’s met twee luisteraars, hij had er zijn zegje mogen doen. Het geld dat hij er voor kreeg was meer dan welkom en hij probeerde de koe met de gouden uiers dan ook tot de laatste druppel uit te melken.
Maar naar verloop van tijd daalde de verkoop en werd zijn boek steeds minder het onderwerp van gesprek. Hij werd minder vaak gevraagd als gast om over zijn boek, zijn leven of zijn huisdier te vertellen, dus het moment was gekomen om de pen weer ter hand te nemen en zijn tweede boek te schrijven.
Schreef hij zijn vorige boek in zijn vrije tijd, na zijn werk, dit boek moet hij overdag schrijven. Dit is zijn werk. Hij is een schrijver geworden.
Vanochtend bleef hij het schrijven uitstellen. Maar nu de kamer was gestofzuigd, de boodschappen waren gedaan voor de rest van de week en hij zelfs het eten voor vanavond al had voorbereid was er geen reden meer om niet te beginnen. Hij was zijn werkkamer binnengelopen, had twee seconden gewacht alvorens te gaan zitten en nam toen plaats achter zijn bureau.
En daar zit hij nu nog steeds, twee uur later. Iets meer kan ook, De Schrijver is zijn besef van tijd vandaag helemaal kwijt. Al twee keer is hij naar de badkamer gelopen om zijn hoofd op te frissen, alsof hij daarmee de dikke laag drek weg kan vegen die zijn verhalen verhinderen naar buiten te komen.
Zo chaotisch als het in zijn hoofd is, zo geordend is zijn bureaublad. Rechtsboven ligt een stapel schrijfblokken, links staat een bakje om de volgeschreven vellen in te leggen en precies in het midden ligt een opengeslagen blok met op het bovenste blaadje zijn vulpen. Een elegante zwarte vulpen is het, een smalle, strakke vulpen. Met deze pen is het dat hij begonnen is te schrijven en vanzelfsprekend zal hij ook zijn tweede boek met haar schrijven.
Maar vandaag lukt het niet. Weer niet. Nog geen gelukte letter heeft hij de afgelopen twee weken op papier gekregen. Vaak is hij begonnen, veel eerste ideeën heeft hij opgeschreven, maar even zoveel eerste ideeën heeft hij doorgekrast en verworpen.
De Schrijver denkt een idee te krijgen. Vaag vormen er zich zinnen in zijn hoofd. Nu is het tijd ze op papier te zetten. Als hij nu niet begint, zal hij nooit beginnen. Hij moet nu gaan schrijven hij moet…
De Schrijver beweegt zijn hand naar de pen, raakt haar zachtjes aan met zijn vingertoppen, trekt zijn hand weer terug, aarzelt een seconde en pakt toch de pen op. Even laat hij de pen linksboven op de eerste regel staan en schrijft dan op wat hij denkt. Probeert op te schrijven wat hij denkt. Na drie woorden geeft hij het op en haalt de pen met één ruk terug, de woorden doorkrassend die hij net geschreven heeft. Hij probeert weer iets op te schrijven, maar nu heeft hij het al na één letter gezien; ook deze poging zal op niets uitlopen en weer krast hij door wat er op papier staat. Kwaad laat hij de pen los en zakt terug met zijn rug tegen de stoelleuning.
Vandaag zal hij geen schrijver zijn…
07 December 2008 :: 22:28

Muziek voor op de begrafenis

Ik heb Grace opgezet, de cd van Jeff Buckley die eindelijk aan mijn collectie is toegevoegd. Bij liedje 6 zegt J.: "Deze mag je wel op mijn begrafenis draaien."
Een korte stilte later vraagt J. welke muziek er op mijn begrafenis gespeeld moet worden. Ik vind dat een goede vraag, want muziek speelt een belangrijke rol in mijn leven. Mijn herinneringen bestaan voor een deel uit muziek. Als ik zo'n nummer hoor, hoef ik mijn ogen slechts te sluiten om de tijd stil te zetten of terug te draaien. Bij andere liedjes verdwijn ik in een andere wereld en sommige nummers vind ik gewoon mooi. Het is mijn muziekgeschiedenis.

Van mijn eerste vinylsingeltje tot mijn nieuwste aankoop, van de eerste keer verliefd tot de pauze met J., van de mijn eerste grote reis (naar Rome) tot het liedje dat ik elke reis wel een keer moet beluisteren. Van de band die ik bij toeval op Pinkpop ontdekte tot mijn allereerste concert, waar ik met mijn vader heen ging. En dan heb ik het nog niet eens over de saxofonist die mij in Brussel liet huilen of de muziekliefde die ik tijdens mijn puberjaren godbetert met mijn moeder deelde.

Stuk voor stuk brengen deze nummers hun eigen herinneringen en gevoelens naar boven en samen vormen ze de soundtrack van mijn leven.
Op J.'s vraag kan ik daarom alleen maar antwoorden: "Als ik sterf, neem dan een paar dagen vrij. Het wordt een meerdaags muziekfestival."
05 December 2008 :: 20:17

Van de Sint

Hij had mijn cadeau op de tafel neergelegd, de beste man
Omdat ik mijn schoen blijkbaar erg goed verstoppen kan
Het kan ook door het vroege opstaan zijn gekomen
Dat zij, uhm hij nog een beetje zat na te dromen

Maar goed, wat had hij dit jaar voor mij bedacht?
Hij moet hebben geweten van J.'s dienst deze nacht
En in deze barre, koude, winterse nieuwe ijstijden
Kun je mij met een beetje warmte wel verblijden.

Welk een lach ontsnapte dan ook aan mijn mond
Toen ik een pyjama in het sinterklaaspapier vond
Want ook al is J. dan misschien vannacht weer weg
Wat zal ik in mijn eentje lekker warm slapen, zeg!

Nooit meer in mijn eentje rillen in het koude bed
Nee, slapen wordt ook dan weer dolle pret
Dus hartstikke bedankt, oude goedheiligman
Ik hoop alleen dat ik 'm zo min mogelijk gebruiken kan

Want ook al ben ik zeker niet ontevree,
ik slaap toch het liefste in de armen van J.
04 December 2008 :: 20:41

Thuisdag

J. heeft een weekje studievrij en komt vandaag het huis niet uit. Ik kom nat van de sneeuw binnen en wil ook het huis niet meer uit. Dus gaan we midden op de dag samen douchen. Word ik wat warmer van en bovendien is het reuzegezellig. Het breekt zo lekker de dag.

Snel pak ik nog even wat droge kleren uit de kast. Deze broek, die onderbroek, die trui en deze sokken.
Hop, ik vlieg de badkamer binnen, gooi het setje kleding op de grond en J. en ik vechten om de lekkerste straal. (Ja, wij hebben twee douches naast elkaar. Dat was het eerste dat we in ons huis geklust hebben.)
J. wint, als altijd.

Na het douchen trek ik mijn kleren aan en haal een hand door mijn haar. Dan zie ik dat J. hetzelfde heeft gedaan: we hebben allebei een thuistrui aan en ons haar heeft geen model. En die broeken, die kunnen echt allebei niet. Slobbersokken aan onze voeten. Het is net alsof we in een spiegel kijken.

Het is thuisdag vandaag.
03 December 2008 :: 22:42

Sinterklaasinkopen

Een middagje shoppen levert het volgende op:

- Jeugd zonder God van Ödön von Horváth
- De langverwachte van Abdelkader Benali
- The Traveling Wilbury's
- Grace van Jeff Buckley
- een nieuw armbandje
- een achterruitwisser
- pijnlijke voeten

En dan heb ik nog niet eens de Sinterklaascadeautjes opgenoemd.
02 December 2008 :: 20:55

We komen voor Cyriel

Dit stukje van Rose bracht de volgende herinnering bij mij naar boven.

---

J. en ik wonen net in ons eerste appartementje. J. is alleen thuis en er wordt aangebeld.
"Hallo? Wie is daar?"
"Woont hier ene Cyriel," vraagt de stem aan de andere kant van de intercom. "Ik kom voor hem."
"Uh, ja, we wonen net hier, maar hij is niet thuis."
"Kan ik wel iets afgeven?"
J. drukt op het knopje om de deur te openen.

"Hallo, wij hoorden dat Cyriel hier naartoe is verhuisd. En namens de parochie willen we hem van harte welkom heten."
"Uhm... U bent van de parochie? Dan moet u vast mij hebben. Ik ben J. Ik heb alle katholieke rituelen ondergaan."
De vrouw kijkt op haar lijstje. "J.? J. hoe? Ik zie hier geen J. staan. Wel een Cyriel, op dit huisnummer. Die moet ik dus hebben."
"Maar... Maar... Cyriel is bij helemaal niet gelovig! Hij is nooit gedoopt of gevormd en heeft geen communie gedaan."
"Oh. Maar hij staat in ons bestand. Dus kom ik voor hem, om hem welkom te heten. Kijk, ik heb hier informatie, dat hij weet bij wie hij moet zijn."
"Dat kunt u dus houden. Cyriel zit niet bij de kerk."
"Weet u dat wel zeker?"
"Zeker, zeker... Voor zo ver hij mij dat verteld heeft wel, ja. En waarom zou ik daaraan twijfelen? Ik denk dat u verkeerd bent."
"Zou U hem dit toch willen geven? Nog een fijne dag nog."
"Maar u hebt mij dus niet nodig? Dat u zo'n pakketje alvast voor mij afgeeft?"
"Nee, mevrouw. U staat niet op mijn lijst. Zo kan ik administratief toch nooit fatsoenlijk werken? Als u op onze lijst komt, komen wij vanzelf naar u toe. Goedendag!"

U raadt het waarschijnlijk al, voor J. zijn ze nooit gekomen. Maar ergens zit er wel een pastoor op mijn bezoek te wachten. De arme man, hij weet vast niet dat ik ondertussen alweer verhuisd ben.
01 December 2008 :: 19:40

Verhaal op maandag: Het tweede boek (deel I)

Teder legt hij zijn hand om mijn middel en tilt mij op, terwijl mijn voet op de grond blijft staan. Lang heb ik klaargelegen, het leek een eeuwigheid voordat hij ertoe kwam mij op te nemen. Uren zat hij naast mij op zijn stoel met zijn hoofd in zijn handen. Soms verhief hij even zijn hoofd en schudde het. Om het uur stond hij even op, liep de kamer uit; ik hoorde hem rommelen in de badkamer. Ik hoorde het water dat uit de kraan stroomde en even later kwam hij met natte haren binnen.
Vandaag was het weer zo’n dag dat het leek alsof hij niet zag dat ik gebruikt wil worden. Je weet het gewoon nooit van tevoren met hem. Als hij binnenkomt, zie ik direct wat het wordt. De ene keer neemt hij me meteen op en gaat hij woest te keer. Ik hoef me dan alleen maar te laten leiden. Altijd met zijn rechterhand, maar dat voelt vertrouwd en nooit hoef ik bang te zijn dat hij me laat vallen. Hij gooit mij dan weer van links naar rechts, dan laat hij mij weer zwieren en draaien als een balletdanseres.
Maar vaak ook laat hij mij gewoon liggen, wetend dat hij mij op moet pakken, maar het lijkt wel alsof hij geen idee heeft waarom. Terwijl het eigenlijk zo simpel is. Zonder hem heb ik geen reden tot bestaan en zonder mij komt hij niet veel verder. Samen kunnen wij tot grote hoogten stijgen, zijn wij tot grote hoogten gestegen ook. Gelauwerd is hij om wat wij presteerden. Niemand weet echter van mij bestaan, maar dat geeft ook niet. Ik vind dat helemaal niet erg, als hij mij maar laat dansen, laat opgaan in wat hij voor ons bedenkt. Ik wil zijn hand rond mijn middel voelen, zijn vingers, ik wil het vocht uit mij voelen stromen.
Ik wil gebruikt worden.
Maar vandaag kan het lang duren. Het lukt hem niet. Iets zit hem dwars. Ik zou willen dat ik hem kon influisteren wat hij moet doen, wat hij moet zeggen. Laat hem lieve woordjes fluisteren, woest schreeuwen, subtiel praten. Ik zal hem antwoorden door hem te volgen, te doen wat hij wilt. Laat mij het middel zijn waarmee hij zijn doel kan bereiken.
Hij kijkt op en ziet mij liggen nu. Hij kijkt mij aan, maar zijn blik is niet vastberaden. Aan zijn ogen zie ik al dat hij het gaat proberen, maar dat het hem nu niet zal lukken. Vandaag is zijn dag niet.
Voorzichtig raken eerst zijn vingertoppen mij aan, maar hij trekt ze terug. Hij twijfelt. Nogmaals beweegt hij zijn hand in mijn richting en zijn vingers roeren mij iets onder mijn middel. Dan pakt hij mij vast en tilt mij langzaam op. Hij zet mij op de grond en wil een aanzet maken om mij te laten dansen. Maar in plaats van een vurige tango komen er de eerste passen van de horlepiep. Ruw trekt hij mij terug naar waar we gestart waren, alsof hij de passen uitveegt die hij mij liet maken. Nogmaals wil hij beginnen, maar na de eerste pas weet hij al dat dit niet de passionele dans zal worden die hij voor ogen had.
Kwaad laat hij mij vallen.
Vandaag zullen wij niet één worden…

Het recht van de sterkste

Cyriel (30) en J. (27) bezien de wereld met hun eigen blik. En daar schrijven ze dan over. Hoe, dat is zelfs voor hen regelmatig een verrassing.

Logtantes

Zij zijn reeds gelauwerd en geprezen. In de literaire wereld houdt men al sinds de negentiende eeuw rekening met deze vooruitstrevende dames en nu zijn ze weer helemaal terug. Rosalie en Virginie, wij zijn vereerd dat wij in jullie zog mee mogen doen!

Nuit Blanche

Net geschoten

Virginie (Zonder woorden): 2 bruiloften in een weeke…
rinke (Zonder woorden): (even muggenziften: die l…
Marisa (Zonder woorden): Wauw! Gefeliciteerd!!
Soes (Zonder woorden): Aaaaaah. Kijk. Wat een pl…
Cyriel (Zonder woorden): @hj de tuinman: we oefene…
hj de tuinman (Zonder woorden): Nu moet je alleen nog “mi…
Cyriel (Zonder woorden): @Rosalie: stuiter! Stuite…
Simone (Zonder woorden): He Cyriel en echtgenote! …
hj de tuinman (Zonder woorden): Hoi daar, wat een schoon …
Rosalie (Zonder woorden): Ik had geloof ik al eens …

Zoek!