Wanted dead or alive
Wanted dead or alive
29 Maart 2009 :: 21:18

Omdat het mooi weer wordt

Het weekendje Ardennen werd vanmiddag afgesloten met een ijsje in Grubbenvorst. In de zon. Zo hoor je weekendjes af te sluiten.

In Grubbenvorst zit een ijszaak waar ze ijs hebben zoals ijs bedoeld is. Als ik in de buurt ben, wil ik de snelweg nog wel eens verlaten om een bolletje of drie, vier, vijf op een hoorntje te laten deponeren. Dat is een traktatie die je niet kunt laten liggen, dus toen ik twee jaar geleden in Arcen prijzengeld bij elkaar had gereden, wist ik dat ik het in Grubbenvorst er doorheen zou jagen.
Mijn ploeggenoot vond het een uitstekend idee, maar merkte wel op dat het al over acht 's avonds was. We moesten opschieten, wilden we op tijd weer in Nijmegen zijn.
"Geen probleem. Grubbenvorst ligt hier hemelsbreed acht kilometer vandaan. We moeten alleen de Maas over." Optimistisch als ik van nature ben, startte ik de auto, sloeg drie straten in en was verdwaald.
"Bordjes Venlo volgen. Pakken we daar de snelweg naar Nijmegen wel en vinden we vanzelf een afrit Grubbenvorst." Ook mijn ploegmakker zat vol goede moed - en goede ideeën.
Maar de bordjes Venlo zagen we nergens en de eerste snelweg die we tegenkwamen, ging niet naar Nijmegen. Bovendien reden we deze snelweg van de verkeerde kant op.

Enfin, als je eenmaal op de snelweg zit, raak je wel waar je wezen moet. Ook al rij je in eerste instantie de verkeerde kant. Maar goed, slechts een drie kwartier later dan gepland (ja, over acht kilometer hemelsbreed levert dat een gemiddelde van bijna 12 kilometer per uur op. Ik fiets drie keer zo snel - minimaal) bestelden we een hoorntje met citroen, yoghurt, bosbessen, yoghurt-aardbei en een citroen om de cirkel rond te maken. De man.
We gingen aan een tafeltje zitten, lieten onze verzuurde benen languit rusten en ik bestudeerde hun menukaart.

"Verhip," zeg ik tegen mijn teammaat. "Ik zie twee adressen staan. Volgens mij hebben ze nog een winkel met lekker ijs in Limburg. Even kijken waar we de volgende keer heenkunnen."

U raadt het al. Arcen, daar kun je ook heerlijk ijs nuttigen. Nu weet u het ook.
27 Maart 2009 :: 19:16

Ter geruststelling

Ik ben niet dood. Ik zit in de Ardennen.

Met dit weer is er nauwelijks verschil, overigens.
24 Maart 2009 :: 22:28

Nachtdokter

Mijn J. redt 's nachts mensenlevens. Net op tijd weet ze lucht in iemands longen te krijgen of schokt ze de patiënt met haar defibrillator weer tot leven. De man die zijn been verloor bij een auto-ongeluk geeft ze een geruststellend schouderklopje, terwijl ze met haar andere kant zijn stomp met verband dichtbindt zodat hij niet doodbloedt.
Een gescheurde aorta wordt gerepareerd en de geperforeerde blinde darm verwijderd. Allemaal uit liefde voor de medemens, natuurlijk. Dat drijft de dokter, een echte mensenvriend.
Bij een overdosis medicijnen weet ze de maag op tijd leeg te pompen, maar dat verlet haar niet de patiënt op zijn gedrag aan te spreken. Die ziet het licht en is blij dat dat niet aan de eind van een lange tunnel is. "Dank u, dokter, dat u mijn leven gered hebt."
Op J.'s schouders draait de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis. J. zorgt in de nachtelijke uren voor het welzijn van de streek, zodat iedereen de ochtend erna min of meer gezond weer op kan staan. Dankzij J. blijft de gemeenschap op de been.

Als J. weer eens de nachtdokter is en ik alleen in ons koude bed lig, doe ik mijn ogen dicht en zie ik J. heldhaftig handelen. Mijn eigenste huisarts is daadkrachtig als altijd en een ware held.
Dat zij mij na een nachtdienst nog nooit zulke verhalen verteld heeft en meestal zegt best een rustige nacht te hebben gehad, vergeet ik iedere keer. Want als ik zo trots over J. droom, heb ik haar toch een beetje bij me.
22 Maart 2009 :: 20:37

Teamwork

Tussen de receptie en het feest eten wij met een bevriend stel in Groesbeek. We babbelen wat over hoe leuk de bruiloft is en hoe mooi het stel eruitziet.
"Zij ziet er zo leuk uit," zegt vriend J. (om het makkelijk te maken: M. & M. trouwen, de vrienden heten J. & J.).
"Ja, en zo goed opgemaakt ook. Heel naturel. Want zo is ze." Vriendin J. doet haar duit in het zakje.
Ik kijk even naar mijn J. en zeg: "Je ziet ook bijna niet dat hij mascara op heeft."
"Nee joh." Vriend J. gelooft het niet.
"Ja, echt," zo stelt J. "Gebeurt heel vaak bij bruiloften, dat de man opgemaakt wordt. Beetje naturel op de wangen en mascara om de ogen goed uit te laten komen. Komt uit de theaterwereld."
"Joh," reageert vriendin J. verbaasd. "Dat wist ik helemaal niet. En je ziet het echt inderdaad nauwelijks."
Vriend J. is om. "Nou ja, nu je het zegt. Ik dacht wel iets donkers rond zijn ogen te zien."

J. begint hard te lachen. "Heb je ook zijn lippenstift gezien?"
Ik proest het uit. "En zijn nagellak? Hij was zo naturel opgemaakt."

Vriend en vriendin J. & J. kijken ons even niet-begrijpend aan en zeggen dan verontwaardigd: "Nou jáááá. Jullie nemen ons in het ootje. Stelletje, jullie."
J. houdt haar hand op, ik highfive J. We zijn een team. Een sterk team.

Shake it, sister


Behalve een mooi pak (denk het jasje er zelf bij) had ik ook mijn dansmoves uit de kast gehaald.

19 Maart 2009 :: 22:22

Dilemma

Een vriendin van J. ging trouwen. Het feest was in het kasteel van Arcen, dus dan weet u het wel. Dure shizzle en dan moet je er goed bijlopen.
Ik trek dus mijn witte pak uit de kast, fris overhemdje eronder en mijn kekke puntschoenen aan. De boord over het jasje heen, handje brylcreem in het haar en smooth as hell nam ik J. aan de arm. Uiteraard zag J. er om te snoepen zo lekker uit. Zouden wij even de blits maken daar.
Dat laatste wist ik natuurlijk zeker, want een week of wat daarvoor was mijn zusje getrouwd. En man, wat een commentaar kreeg ik daar.

"Yo Cyriel," zei het vriendje van mijn andere zus, "wat zie je er leip uit, man."
"He broertje," zei de bruid, "nooit geweten dat je een pak kunt hebben! Staat je goed."
Mijn tante, die ik tien jaar niet gezien had: "Hé, wat heb ik een knappe neef."

Enfin, voordat de terugblik me naar het hoofd stijgt: het moet goed hebben gestaan. Dus vol zelfvertrouwen toog ik naar Arcen.
Waar ik me misplaatster gevoeld heb dan ooit. Want toen J. en ik de zaal binnenliepen, keek iedereen naar ons. So far, so good, maar de reactie die volgde was wat gefluister en vreemde blikken. En helemaal geen zwijmelende dames en jaloerse jongens. Ik voelde me bekeken.

"Cyriel," zo fluisterde J. in mijn oor, "volgens mij is het je witte pak. Ik vermoed dat alleen de bruid in het wit mag."
Ai, de etiquette. Daar had ik nooit aan gedacht. Want mijn zusje is daar helemaal niet van, maar deze bruiloft was tot in de puntjes zoals het hoort. Een ramp, mensen, een ramp.

Nu heb ik morgen weer een bruiloft en ik heb een kledingprobleem. Mijn beste pak kan dus niet en op de andere zit sleet. Het enige kostuum dat ik nu nog kan bedenken is mijn adamskostuum...

Wie helpt? Tips voor vrijdag 13.00 uur zijn welkom.
17 Maart 2009 :: 17:05

De geur van nieuwe schoenen

J. heeft een nieuwe hobby. Hardlopen. Bloedfanatiek houdt ze haar trainingen bij, werkt ze schema's af, kijkt ze op teletekst of ze morgen in de regen moet lopen. Als een ware topsporter wordt er pasta gegeten en snoep is in huis verboden. Nu ja, gehalveerd. Het moet wel leuk blijven.
En bij een nieuwe hobby horen nieuwe spullen. Dus toog J. naar de stad om sportkleding te halen. Ja, natuurlijk kun je een joggingbroek met een sweater aantrekken. En je hebt vast ook nog wel sportschoenen die sinds de middelbare school in de kast zijn blijven staan. Maar als je iets doet, moet je het goed doen. Sportkleding loopt nu eenmaal een stuk lekkerder en goede schoenen voorkomen blessures.

Een uur of wat later moest ik naar J.'s inloopkast komen. Ik riep wat bewonderende oohs en aahs. J. draaide een paar rondjes en deed alsof ze hardliep. Maar wat ik de beste aankoop vond, waren de schoenen.
Zagen ze er blits uit? Was het een prima koopje geweest? Zou dit J. een halve minuut per kilometer schelen?
Nee, ze roken zo lekker naar nieuwe schoenen. Ik heb dat altijd een van de lekkerste geuren gevonden, de geur van nieuwe schoenen. Als ik nieuw schoeisel had, zette ik ze eerst een week naast mijn bed om af en toe lekker aan te ruiken. Echt, ik was verslaafd.
Jammer alleen dat na vier keer rennen het zweet overwonnen heeft.
16 Maart 2009 :: 21:59

De hel voor de ondernemer

Sanneke mailde of ik haar even een een 'doet-al-uw-administratie-handig-en-voor-niets'-kabouter kon opsturen. Ik heb teruggemaild dat J. het momenteel te druk heeft met het praatje dat ze voor moet bereiden.

Maar goed, ook ik wil graag zo'n slimme puntmuts (om weer eens een pars pro toto te gebruiken). Mocht u niet over zo'n fijn klein knechtje beschikken, dan is een tijdtovenaar ook welkom.
Of een goedkope accountant, ik ben werkelijk wanhopig. Want zelfstandig ondernemer zijn is best leuk, zelfs nu nog. Het kent echter een minpuntje: de papieren/digitale rompslomp die erbij komt kijken.
Dus let u goed op. Ziet u een rood stipje in de achtertuin, met een brilletje op zijn neusje en een mini-aktentas in zijn hand, grijp dan uw vangnet. Of red hem uit de mond van de kat van de buren. Stop hem in een envelop met bubbeltjesplastic (van tevoren wel even een luchtgaatje maken) en stuur deze naar mij op.
Ik ben u werkelijk waar eeuwig dankbaar.
15 Maart 2009 :: 21:39

Man in tights

"Eindelijk," zo verzuchtte J. toen we vijf jaar geleden in de winkel stonden, "eindelijk koop je eens geen strakke spijkerbroek. Hè hè." En ze liep naar de kassa om mijn nieuwe broek te betalen. Zo is J. ook wel weer.

Strakke spijkerbroeken zaten gewoon het lekkerst. En ik vond ze stoer ook. Helaas bleek na verloop van tijd dat steeds minder mensen een strakke spijkerbroek mooi vonden, want ze verdwenen eerst uit het modebeeld en daarna uit de winkels. Ik kon ze op een gegeven moment alleen nog bij de Wehkamp bestellen en ook daar werden ze uit het assortiment gehaald.
Ik kon niks anders doen dan een normaal model kopen. En zo bleef er nog een strakke spijkerbroek in mijn kast liggen, die er alleen bij speciale gelegenheden (lees: concerten) uit mocht.

Langzaam wende ik aan het nieuwe model. En eerlijk is eerlijk, in de zomer is een linnen broek nog lekker fris ook.
De enige strakke broeken die nog aangetrokken werden, waren mijn wielrenbroeken. Vijf keer in de week trok ik zo'n broek aan, reed er twee tot vijf uur in rond en gooide ze in de was. Je kunt stellen dat de strakke broek uit mijn dagelijkse kleding verdwenen was.

Maar. Sinds driekwart jaar fiets ik dagelijks elf kilometer heen en weer. Dit doe ik in mijn wielrenkleding, omdat dat een stuk lekkerder fietst. Op mijn werk gooi ik er snel een normale broek en een trui overheen en 's middags fiets ik weer naar huis.
Daar ga ik echter direct weer aan het werk voor mijn bedrijfje. Ik heb geen werknemers (ja, dan had ik natuurlijk geen ochtendbaantje gehad) en afspraken komen ook niet dagelijks voor. Omdat ik te lui ben om de twee trappen naar boven te nemen, loop ik de rest van de middag in mijn wielrenbroek rond. En of ik nu de vuilniszakken naar buiten moet brengen, nog even op weg naar huis snel een boodschapje haal of wat brieven op de post moet doen, ik loop rustig in mijn lekker strakke wielrenlegging over de straat. Ik schaam me nergens voor.

Ik ben weer een 'man in tights'. Cool.
11 Maart 2009 :: 22:00

Op de fiets

Toen ik vijf was, scheidden mijn ouders en kreeg ik een crossfiets. Wat was ik blij, met die fiets.
Het was een echte BMX-fiets, mét een bord met het nummer 37 aan het stuur. Die fiets zou mij wereldkampioen maken, zo had ik besloten. Dagelijks was ik buiten op deze crosser te vinden, waarbij ik in eerste instantie de tuin aan gort reed. Tussen de bomen door en over mijn moeders bloemperkjes heen had ik een prachtig parkoers uitgezet, maar helaas was mijn moeder het daar niet mee eens. Ik moest maar de straat op.
Daar laveerde ik tussen de spelende kinderen door. Eerst vroeg ik mijn buurmeisje van drie of ze met haar driewieler tegen me een wedstrijdje wilde rijden. Van hier tot de lantaarnpaal. Ik won glansrijk, de eerste overwinning was binnen. Wel moet ik eerlijk bekennen dat ik haar meteen de pas afsneed, voor de zekerheid.
Zo daagde ik allevier de kinderen in onze straat uit, waarbij ik altijd in mijn gele T-shirt startte. Maar na vijf keer had iedereen behalve ik er wel genoeg van gehad, dus moest ik nieuwe tegenstanders vinden. En het enige wat er verder door de straat kwam, waren auto's. En ik had geleerd dat die wel vijftig kilometer per uur reden. Allemaal.
Natuurlijk won ik nooit. De fiets had een klein verzetje, maar mijn benen konden zo'n snelheid uiteraard überhaupt niet halen. Toch bleef ik het proberen, wellicht tegen beter weten in. Want een winnaar geeft niet op. Je gaat door. Dus elke auto die de straat door kwam, probeerde ik achterna te rijden. Kansloos.

Tot op een mooie dag in de lente. Zoals gewoonlijk stond ik in het begin van de straat klaar. Beide handen aan het stuur, de rug licht gekromd. Een voet op de pedaal en een op de grond. Wachtend op een auto.

Aan het knipperlicht zie ik dat de volgende auto onze straat in zal slaan. Ik verhoog de druk op de pedaal, zodat de ketting strak komt te staan. De auto is de hoek om. De auto is nog iets achter me. De auto is op mijn hoogte. Ik stuif weg.
Ik kan de auto niet afschudden, maar hij komt me ook niet zomaar voorbijgereden. Hij komt mij niet voorbij! Nog een paar keer zet ik aan, dan ben ik aan het eind van de straat. Als eerste! Ik heb gewonnen! Ik heb vijftig kilometer per uur gereden!

Nu ja, dat laatste heb ik jarenlang gedacht. Het zal vast iemand zijn die bij een bepaald nummer moest zijn, maar de straat niet kende. Ach, het maakt me ook niks uit.
Nog steeds fiets ik wel eens wedstrijdjes tegen auto's. Liefst in de stad of op de dijk. De vijftig haal ik tegenwoordig wel en ik ben net zo blij als toen als ik als eerste de denkbeeldige lijn passeer.
Dat die auto minstens 140 kan? Dat vergeet ik dan gewoon even.

Soms ben ik sneller dan een auto...
09 Maart 2009 :: 15:22

Groene vingers

De zon schijnt, de temperatuur is weer in de dubbele cijfers geweest: tijd voor groene vingers!
Tenminste, voor mensen mét groene vingers. Het enige dat ik kan denken is: "Ha, mooi, kan ik weer bijna met korte broek fietsen." Nu ja, het scheelt een graad of tien, maar het idee, mensen. Dat maakt voor mij de lente.
Maar terug naar groene vingers. Ik heb ze niet. Kom op, ben de Hulk niet. Dus dat iedereen nu enthousiast aan het potten en planten gaat, het doet me niks. Groeiende kruiden, je eigen komkommers, aardbeien uit de achtertuin: ik wil ze wel, maar ik ga er geen moeite voor doen. Want met enige inspanning van mij hebben we dadelijk verdroogde aardbeien, verdronken kruiden en augurken. Ik bak er namelijk niks van, van dat laten groeien en bloeien, zo weet ik uit ervaring.

Een jaar of vijf, zes geleden woonde ik met vijftien man op een studentengang. En zoals het echte studenten betaamt, hadden wij geen frisse lucht binnen. Het enige groen dat binnenkwam, was de sla in onze broodjes shoarma.
We vonden dat daar verandering in moesten komen. Met vijf man legden we geld bij elkaar voor wat zaadjes, wat potten en wat potgrond. Thuis namen we allevijf een pot mee, zetten die op onze kamers en we begonnen met onze tuinderscarrière. Een makkie, zo wisten we. Dit was namelijk het zaad van een plant die vanzelf wel groeit en bloeit.

Geen gedoe met voorkiemen en zo. Dat is allemaal maar haastige spoed. Het plantje weet zelf wel het beste wanneer het op moet komen.

Na een week of wat had ik een behoorlijke plant in mijn kamer. Wij hadden allemaal een grote plant in de kamer. En een geur waar je u tegen zegt. Want u had het al geraden, we hadden elk een eigen wietplant gekocht.
Alleen al van de geur liepen we zo stoned als garnalen door de gang, trots op onze groene vingers. Maar daar begon de ellende. Want ook deze plant eiste op zijn tijd water. Een beetje liefde erbij. Wat zonlicht. En geen verzengde hitte. En daar lette ik voor geen meter op. Want zoals gezegd: ik héb helemaal geen groene vingers. Ik dacht het alleen heel even.
Langzaam begon de plant te verdorren. De blaadjes werden bruin, trokken beestjes aan. En binnen een paar dagen had ik geen trotse, welriekende plant meer in de kamer, maar een schraal bosje takken in een modderbadje. Want ik had er natuurlijk extra water bijgedaan, als laatste reddingspoging. Maar het hielp niet, ik moest toegeven dat ik dit gewoon niet kon.

En dus, als nu de lente komt, de eerste vogeltjes weer zingen, plantjes opschieten, dan kijk ik naar buiten en denk: "Ja, heel leuk. Maar ik ben blij dat ik ook gewoon alles kan kopen." Loop ik voor een komkommer naar de supermarkt, ga ik voor wat nederwiet naar de coffeeshop. En bespaar ik die planten de ellende om door mij verzorgd te worden. Want zeg nou zelf, dat hebben ze toch ook niet verdiend?
05 Maart 2009 :: 18:00

Voor het slapengaan

Vanuit de woonkamer roept J.: "Ga maar vast in bed liggen! Ik kom zo!"
Met een mond vol tandpasta roep ik terug: "Pwima!" Ik moet toch nog anderhalve minuut poetsen.

"Ogen dicht!" J. heeft de slaapkamerdeur een klein stukje open. "Echt niet kijken, hoor!"
Ha, een verrassing! Daar ben ik altijd wel voor te vinden. Ik sluit mijn ogen. Rechts van me zakt het matras een beetje in. Ik rol naar J.'s kant als ze instapt.
"Vort! Terug naar je eigen kant!"
Blijkbaar ben ik niet gewenst en ik draai me terug. Mijn ogen zijn nog steeds gesloten. Ik hoor wat pagina's ritselen.
"Oh! Je leest me voor! Wat leuk, een verhaaltje voor het slapengaan. Toch wel pikant, hoop ik..."
"Stil nou, anders ga ik niet beginnen."

J. bladert even naar de juiste pagina, haalt adem en begint. En ik luister. Ik luister aandachtig.
Na vier korte regels zeg ik: "Dat ken ik! Damn, van wie is dat ook alweer? Welke bundel heb je?"
Ik pieker, peins en kraak mijn hersens, maar ik kom er niet op. "Zeg het maar, ik weet het echt niet."
Aan het schudden van het matras merk ik dat J. lacht. "Haha, dat is van jezelf, dombo. Dat heb je ooit voor mij geschreven. Ik had het blaadje in een boek gestopt!"
Dan weet ik het weer. Dat was inderdaad van mij. Verdorie.

Beschaamd, maar toch een beetje trots omdat ik dacht dat het van een echte dichter was, houd ik mijn ogen dicht. En terwijl J. verder leest, denk ik bij elk gedicht: "Zou dat van mij zijn?"
03 Maart 2009 :: 14:58

De wraak van de wekker

Versuft draai ik met mijn hoofd. Waarom ben ik wakker? Het gepiep is te zacht om van de wekker te zijn.
In mijn hoofd klinkt een vloek. J. heeft weer eens de afwasmachine te vroeg aan laten gaan. Voor haar is dat niet erg, zij slaapt er wel doorheen. Maar ze weet ook dat ik dat niet doe.
Nu kan ik twee dingen doen: uit bed gaan en de vaatwasser openen of blijven liggen en om de tien minuten weer wakker worden. Mijn lichaam geeft aan dat het eerste geen optie is, dus blijf ik liggen. Het duurt nog twintig minuten tot J.'s wekker gaat, dus ik zal maar twee keer wakker worden. Oké, dat moet dan maar. Boos probeer ik weer in slaap te vallen.
Dan gaat J.'s wekker. Ze moet meer dan een half uur eerder opstaan dan ik, dus ik slaap graag door. Maar J. beslist anders: ze verzet de wekker na het afgaan twee keer met een minuut. Dat is dus drie keer een snerpende piep binnen vijf minuten. Als J. vervolgens na het opstaan twee keer de trap op- en afstampt, ben ik klaarwakker. Dat uitslapen zit er niet meer in.

's Avonds kruip ik nog even tegen J.'s rug. Zacht fluister ik in haar oor dat ik hoop dat ze morgenvroeg iets stiller zal doen. Ze lacht me uit en waarschuwt dat ze de wekker wel om half vier zet.
"Ja ja," murmel ik. "Dat doe je toch niet."

J.'s wekker maakt me bruut wakker. Ik draai me om voor nog een half uur slaap, maar J. stoot me aan.
"Kijk even hoe laat het is." Haar stem klinkt iets te triomfantelijk.
"Neeee," brom ik. "Half vier. Pffff."
"Ja, kunnen we nog heerlijk tweeëneenhalf uur slapen! Weltrusten." En weg is J., weer in dromenland. Ik draai nog een half uurtje van buik naar rug en weer terug.

Nog een keer word ik door J.'s wekker wakker gemaakt. Gebroken door de onderbreking van mijn nachtrust verzoek, nee, eis ik: "Géén gesnooze!" En ik val weer in slaap, om pas door mijn eigen wekker wakker gemaakt te worden.
J. snurkt een beetje. En ik begin te lachen. J. heeft zich verslapen! Want als mijn wekker gaat, moet ze eigenlijk al weg zijn. Zelf ben ik ineens hartstikke wakker en ik rammel wat aan J. "Opstaan! Je bent te laat."
En om haar nog wat te plagen, zeg ik: "Ik blijf nog wel even liggen, zodat ik je niet in de weg loop. Moet je maar niet met wekkers spelen."
Boos stampt J. de trap af. Mij interesseert het niet. De wekker heeft al wraak genomen.
01 Maart 2009 :: 18:51

We zijn weer onderweg

Op de deur van het clubgebouw hangt een briefje: 'Inschrijven zaterdagmiddagcompetitie in de kleedkamers'. Daar zitten drie man, die zeggen dat ik goed zit.
De kleedkamer ruikt naar beenolie, een geur die onlosmakelijk met wedstrijdfietsen te maken heeft. Gisteren heb ik mijn benen nog een extra keertje geschoren, ik masseer ze als ik er olie opsmeer.
Een jongen komt binnen en groet. "He Cyriel! Dat is lang geleden." Hier word ik altijd begroet en we vragen naar elkaars vorm. Zoals gebruikelijk is dat bij beiden twijfelachtig, want lang geen wedstrijden gereden, moe, net een zware winter gehad, traininkje van gisteren in de benen. Vertrouwde excuses waaien over en weer.
De kleedkamer loopt langzaam vol. Er komt een tafeltje bij, waar we onze rugnummers op kunnen halen. Ik trek mijn shirt weer uit, vraag waar het nummer moet hangen en speld het linksonder op mijn shirt.
Buiten rijd ik drie rondes warm, en neem de wedstrijd vast door met een renner die ik van vroeger ken. "Ja, er wordt hier altijd hard gereden. Meteen vanaf de start vliegen ze erin, je moet zorgen dat je er dan bijzit. Maar wegkomen is lastig, en het bultje gaat na een uur wel meetellen. Uniek parkoers." Overal is het hetzelfde.

Vijf kwartier later hebben we als kippen zonder kop rondgereden. Vanuit het begin werd slag om stoot gedemarreerd en ook ik deed daar vrolijk aan mee, hoewel ik best wist dat dat in mijn eerste wedstrijdje helemaal niet verstandig was.
Als de finale begint, zit ik er wonderwel nog bij. Maar een zacht gefluit haalt me uit mijn concentratie. Mijn voorband loopt snel leeg. Ik zet mezelf op de kant, vloek hardop. Ik baal, maar weet best dat ik uiteindelijk alleen onthoud dat ik goed gereden heb. Dat telt nu echter niet, ik had willen scoren. Want ook een trainingswedstrijdje is een wedstrijd.

We zijn weer onderweg.

Het recht van de sterkste

Tijmen (31), José (29) en Koosje Jans (0) bezien de wereld met hun eigen blik. En daar schrijven ze dan over. Nu ja, Koosje Jans natuurlijk niet, maar Tijmen en José wel. Hoe, dat is zelfs voor hen regelmatig een verrassing.

Logtantes

Zij zijn reeds gelauwerd en geprezen. In de literaire wereld houdt men al sinds de negentiende eeuw rekening met deze vooruitstrevende dames en nu zijn ze weer helemaal terug. Rosalie en Virginie, wij zijn vereerd dat wij in jullie zog mee mogen doen!

Nuit Blanche

Net geschoten

José (Oma): @Wien: Absoluut! Ze heeft…
José (Tienertour): @Nicolette: Echt waar, wo…
sanneke (Oma): Wat mooi, José. Volgens m…
Nicolette (Tienertour): Hé wat grappig vanuit Lel…
Wien (Oma): Prachtig, ontroerend José…
José (Oma): @Octavie: Dank je. Ik heb…
Jeanine Guidry (Oma): Oh Jose, daar ben ik dus …
Octavie (Oma): Ach, wat ontroerend, mijn…
José (Oma): @Marieke: Ik vrees dat T…
Dionne (Oma): Wat een mooie oma.

Zoek!