Wanted dead or alive
Wanted dead or alive
29 April 2009 :: 20:11

Het is tijd voor een revolutie!

De vaste lezer op dit weblog weet het al lang: ik ben een waar avondmens.
Ik bezit alle eigenschappen van een volleerd nachtbraker. 's Ochtends kan ik met moeite op een normaal tijdstip opstaan en 's avonds kom ik pas lekker in mijn ritme. Ik ben dan ook het productiefst tussen tien en twaalf 's avonds. Zet me dan achter een computer en ik werk als een bezetene. Creatief mensen, amai! Wat er dan aan mijn brein ontspringt en uit mijn handen komt...
En nu blijkt dus dat avondmensen eigenlijk ook superieur zijn aan ochtendmensen. Wij kunnen namelijk langer geconcentreerd bezig blijven, zo blijkt uit wetenschappelijk onderzoek. Oké, de eerste paar uur na het ontwaken houden de ochtendmensen ons nog best aardig bij. Eerlijk is eerlijk. Maar daarna, beste mensen, daarna wordt het verschil met rasse schreden groter. Na een volle werkdag is het voor een avondmens geen enkel probleem nog een mentaal intensief werkje te verrichten, terwijl die slappelingen uit de ochtend zich op de bank vleien en alweer uitkijken naar het moment dat zij het bed in kunnen rollen.
Daarom is het ook van de zotte dat onze maatschappij een ochtendritme heeft. Welke idioot heeft bedacht dat wij allemaal om half acht op moeten staan? Om negen uur aan het werk moeten zijn? Het wordt tijd dat wij eens voor onze rechten opkomen. Vrouwen, kinderen, allochtonen: met iedereen wordt er rekening gehouden. Maar een groep wordt nog stelselmatig over het hoofd gezien.
Nachtbrakers, verenigt u! Wij willen geen van-negen-tot-vijfmentaliteit. Van elf tot acht, dat wordt de maat.
24 April 2009 :: 08:24

De juiste snaar

Met een mond vol tandpasta roep ik vanuit de badkamer: "Plt pie héhé ob nhj hmbl ob hmmer pfie!"
Vanuit de gang hoor ik dat J. het toch verstaan heeft en ze nu naar de cd luistert die ik die avond in de stad gekocht heb.

J. ligt op haar rug, haar ogen dicht. Ik ga voorzichtig naast haar liggen.
"Wat is dit mooi," verzucht J. en slaat een arm om me heen.
"Ja, hè," fluister ik terug. "Ik dacht al dat je dit wel zou kunnen waarderen."
"Ik vind het prachtig. Het raakt me heel erg. Ik word er op een mooie manier verdrietig van. Ik weet niet waar de tekst over gaat, maar ik zou wel kunnen huilen."
Tegelijk willen we iets zeggen. "Ja, dit is weer eentje voor..." "Als ik nu..."
We weten wat we willen zeggen en fluisteren: "Maar dat is nog lang niet nodig!"

Na het liedje pakt J. het hoesje erbij en zoekt de titel op.
"Nah, dit geloof je niet. Weet je hoe het heet?"
"Hmm hmm," murmel ik bevestigend.

The Funeral van Band of Horses is begrafenismuziek. In de goede zin van het woord.
22 April 2009 :: 23:03

Rokjesdag

Elke ochtend belandde ik rechtsboven op het tweede katern in Slochteren. Winschoten. Purmerend. Plaatsjes die even de hele wereld waren. Plaatsjes waar Martin Bril was en waar hij mij mee heen nam.
En ik herkende alle plaatsjes. Van Harkstede tot Garnwerd. De cafétjes, de winkels, de mensen: ik zag ze voor me terwijl ik Martins woorden samen met een hap boterham met hagelslag tot me nam.
In de vakantie las J. stukjes Martin voor. "Haha, dit is zo grappig." Of: "Jaaaaa. Dit herken ik." En dan kwamen er weer twee zinnen. Waardoor ik vijf minuten later de krant uit J.'s handen moest trekken, omdat ik nog maar een half stukje gehoord had. En dan zei ik: "Haha, dit is inderdaad grappig." Of: "Jaaaaa. Dit herken ik ook."

Vandaag is Martin Bril overleden. J. zei: "Eigenlijk hadden we de krant moeten houden, als eerbetoon."
Omdat dat niet gaat en omdat er toch geen nieuwe stukjes meer komen, moeten de vrouwen morgen maar rokjes aandoen. En dan zuchten de mannen. Want bij rokjesdag denkt iedereen aan Martin.
21 April 2009 :: 22:44

Dag blad!

Er werd 's ochtends niet meer om de krant gevochten. Sterker, als J. bij het weggaan de krant van de mat opraapte, stak ze hem vaak bij die van gisteren. En die van de dag ervoor.
Alleen op zaterdag namen we de krant wel eens naar boven en lazen we bij het ontbijt het magazine (voor haar) en het sportkatern (voor hem).
En wat er in de krant stond, daar werden we niet zo vrolijk van. Oké, slecht nieuws hoort erbij, maar ook de achtergronden en opinies konden ons niet echt meer boeien. Het was tijd voor verandering.

We besloten de krant op te zeggen. Geen geld meer over de balk en geen groeiende stapel oud papier hier. Vanaf 1 april liep de krantenjongen ons huis voorbij.

Op woensdag: hè, verdorie. Zul je altijd zien dat ik nu thuis lunchte. Dan maar de tv aan.
Op donderdag: de kunstbijlage! Stom! Hoe kon ik nu vergeten zijn dat ik die altijd op de wc las?
Op vrijdagavond: u snapt het al: wij wachtten tevergeefs op de bijlagen van de zaterdagkrant, die bij ons altijd al op vrijdag bezorgd werd.
En zaterdag hadden we spijt als haren op ons hoofd. Hoe moest dat nu met ons, nu we onze rituelen hadden verbrand?

Daarom zijn we nu van de proefabonnementen. Verfrissend, omdat we weer iets nieuws lezen en vertrouwd, omdat we toch weer een krant hebben. En of er eentje een echte huisgenoot wordt, dat zien we wel als we genoeg geproefd hebben.
20 April 2009 :: 21:36

De buurtkat

Op ons Frans balkon kijk ik naar buiten. De boompjes zijn twee meter hoog, maar hebben al wel bladeren. De wind waait de gordijnen lichtjes de kamer in en de zon straalt.
J. staat op het andere balkon en we praten buitenlangs. Natuurlijk kunnen we ons omdraaien en elkaar aankijken, aanraken, maar deze lenteavond vraagt om een buitengesprek.

Beneden staan de twee buurjongetjes. "Ik zag net een hele grote kat! Maar nu is 'ie weg."
"Waar is 'ie heen, dan?"
"Weet ik niet. Bij die auto?"

Dan miauw ik.

"Sst! Ik hoor hem!" De oudste jongen grijpt zijn broertje bij de arm. "Hij moet dichtbij zijn."
Ze kijken om zich heen. Ik piep nog een keer een miauw.
"Het komt daarvandaan!" De kleinste wijst naar rechts.
"Nietes, ik hoorde het van die kant," is de oudste zeker.

Als ik nog twee keer miauw, heeft de kleinste het door. Hij kijkt naar boven.
"Ohoh! Jij was het!" Het jongetje twijfelt even. Moet hij beledigd zijn? Maar als zijn oudste broer begint te lachen, lacht hij mee. Samen huppelen ze naar huis. Twee deuren verder.
17 April 2009 :: 23:56

Freudiaans?

J. verspreekt zich als we afscheid nemen.

Ze gaat een weekendje weg, dus moeten we goed uit elkaar gaan. Een stevige knuffel en een lange zoen en als ik de trap afloop, roep ik: "Dag lieverd! Veel plezier!"
Ze wil iets met 'dag' en 'dikke kus' terugzeggen. Maar er komt een hartelijk uitgesproken "Dag dikkerd!" uit.

Ik loop toch toch maar weer naar boven, waar ik een rode tomaat naar adem zie happen. Als er weer enige lucht bijkomt, kan ze niks anders doen dan heel hard lachen.
"Hahahaha! Je bent niet dik, hoor! Hahaha! Stel je voor dat ik het echt zou menen en er zou dit weekend iets heel ergs met me gebeuren..." Proest. "...dan was dit wel een heel raar afscheid. Maar dag lieverd, ik bedoelde eigenlijk 'dikke kus'."

Ik loop weer naar beneden, een heel weekend alleen voor de boeg. De opmerking wordt als een mantra in mijn hoofd herhaald en telkens moet ik erom lachen. Zo ga je eigenlijk juist hartstikke fijn uit elkaar.
Maar het ijsje in de pauze laat ik toch maar even aan me voorbijgaan. Ben ik niet toch wat aangekomen?
15 April 2009 :: 19:52

De zon maakt ijdel

De zomer kondigt zich altijd met vier streepjes aan.

Eerst komen er twee op mijn benen, precies waar mijn wielrenbroek ophoudt. Boven wit, bruin daaronder,
Vervolgens komen er twee op mijn bovenarmen bij. Na een dag gok je ze te zien, na twee dagen denk je ze te zien en na drie dagen zijn ze er.
En dan komen er nog twee over mijn schouders, als het mouwloze shirt weer uit de kast getrokken kan worden.
Met zes streepjes is de lente in volle gang.

Het is pas zomer als de streepjes op mijn bovenarmen weer verdwenen zijn. Ik gok dat het voor mij over twee weken op Mallorca zomer is.
14 April 2009 :: 17:06

Eindelijk

Het is zaterdagnacht. Al twee dagen ben ik naar de ijssalon gefietst en heb ik daar een ijsje gehaald (veertig kilometer verderop). We hebben op ons dakterras al koude schotel met salade en stokbrood gegeten. Het eerste witbiertje is genuttigd en J. heeft de tuin weer op orde.
Ik maak me al een beetje zorgen over het lichte wielrennersstreepje op mijn armen. Gelukkig zitten we over drie weken op Mallorca, daar kan ik vast mouwloos rijden en bijkleuren.
De winterjas is ingepakt, de zomerkleren uit de doos gehaald. De buren spreken we in drie dagen meer dan in de drie maanden daarvoor. Kinderstemmen klinken door het geopende raam.

Maar de regen die deze nacht tegen het raam aan klettert. De knal die ons ruw uit de slaap heeft gestoord en de bliksem die de slaapkamer verlicht. Het tellen hoever de onweer weg is. Een twee drie vier seconden. Meer dan een kilometer van ons dus.
De onweer die de eerste warmte verdrijft. Die maakt dat het voor mij echt lente is. Ik hou J. stevig vast en slaap intens gelukkig in.
07 April 2009 :: 16:41

Bij de huisarts

"Tja." De dokter kijkt me ernstig aan. "Wat denk je zelf?"
Ik zucht, ik verwacht geen goed nieuws.
"Je bloed is in orde. Je hebt geen Pfeiffer. Het Hb-gehalte is aan de lage kant, maar je ijzerniveau is oké. Hartslag is mooi laag, net als je bloeddruk. En ook je longen klinken goed."
Ik vraag mijn huisarts nog een keer of hij echt niks concreets kan aanwijzen.
"Nee, je moeheid en regelmatig terugkerende griepsymptomen sinds januari zul je met rust en regelmaat moeten laten genezen. Je mag blijven doen wat je doet, dus sporten is geen probleem. Als je het maar niet zo intensief doet dat je klachten ervan verergeren. Meestal duurt het een maand of drie, vier."

Dat is inderdaad de diagnose die ik verwacht had. Ik hoopte echter op een "Oh, maar je hebt zus en zo. Hier, drink van dit medicijn gedurende twee weken elke dag 50 milliliter en dan is alles over. Ben je weer hartstikke gezond."
Maar nu heb ik dus een post-virale moeheid. Dat is dokterstaal voor: 'Leer ermee leven. Ik weet niet wat je hebt, maar het gaat vanzelf over. Succes!'
En ik stond weer buiten.

Thuis probeerde ik nog een tip van de dokter uit te buiten om zo het geheel nog een positieve wending te geven. Hij vertelde dat de lente misschien kon helpen, dat ik last had van de winter. Dus ik vertelde J. dat we helaas weer moeten verhuizen. Naar Italië. Op doktersadvies.
Maar daar trapte mijn eigen dokter niet in. We kopen wel een lichtbak. Praktisch, zucht.
05 April 2009 :: 22:09

Schooladvies

De basisschooldirecteur van de openbare Sittardse basisschool nodigde mijn ouders en mij uit voor een gesprek, zei dat ik wel de MAVO zou kunnen doen, maar dan wel met moeite en stuurde ons verbijsterd weer naar huis. De MAVO? Daar hadden wij nooit aan gedacht. Ik wilde naar het VWO, mijn ouders stuurden mij voor de zekerheid naar een HAVO/VWO-brugklas. Aan het eind van de brugklas twijfelden mijn docenten tussen atheneum en gymnasium. Ik koos voor het laatste, want een stapje terug was makkelijker dan een vooruit. En ik doorliep het gym met twee vingers in de neus. Auwieje.*

Maar goed. Dat schooladvies van de basisschooldirecteur. Al zeventien jaar lang vraag ik me af waar dat op gebaseerd is. Had ik een slechte CITO-toetsscore? Mwah, 548 is niet het hoogst, maar toch ook niet slecht. Was ik dan misschien slecht in rekenen? Er waren misschien twee klasgenootjes die verder waren. Taal dan? Voor mijn opstellen kreeg ik altijd complimenten. Een slechte houding misschien? Ik heb een keer straf gehad in de vier jaar dat ik daar op school zat. Misschien juist te braaf. Oké, met gymnastiek was ik niet de beste en muzikaal zelfs uitermate slecht onderlegd, maar is dan de maatstaf bij een schoolkeuze? Al die jaren brak ik mijn hoofd erover. Ik kwam er niet uit.

Tot afgelopen zaterdag. We waren bij J.'s vader en ik weet niet eens meer hoe we erop kwamen, maar een vriend van J.'s vader vertelde dat allochtonen vaker een slechter schooladvies kregen dan hun CITO-toets zou voorschrijven. En toen wist ik het.
Ik kwam oorspronkelijk van boven de rivieren. Voor de basisschooldirecteur was ik gewoon een allochtoon.

*Dit is niet om op te scheppen, maar gewoon een realistische samenvatting van mijn middelbareschoolcarrière. Dus.
02 April 2009 :: 21:54

Het heerlijke avondje is gekomen

Als de zon mijn gezicht verwarmt en de bus van Vught naar Den Bosch op zich laat wachten, besluit ik J. te bellen. "He schat, over een half uurtje in Den Bosch eten? Bij Nescio?"
"Maak er drie kwartier van, dan hebben we een deal." J. is net thuis van haar werk en moet zich nog even omkleden. Ik ga akkoord, hang op en fluit vrolijk voor me uit.
Natuurlijk eten wij bij Nescio. Als er een restaurant naar Neerlands beste schrijver is genoemd, moet je daar gegeten hebben. En omdat dat zo goed beviel (Ik eet vis! Ik eet olijven! Ik eet zelfs een hapje chocolademousse!), komen we daar soms terug. En gisteren dus ook.
Nu ja, u hebt vast ook van die spontane avondjes, dus ik hou het erbij dat J. en ik een héél gezellige avond hebben gehad. Maar toen wij onze straat in Lent binnenreden, herinnerde ik me dat mijn fiets nog bij het station in Nijmegen stond. Ach, dat zou later wel komen.

Drie kwartier wandelen over de brug in een lentezonnetje om mijn fiets op te halen, die mijn gezicht weer verwarmt, dat blijkt helemaal geen straf. Als dat het gevolg van zo'n avondje is, doe mij dat dan maar vaker, J.
02 April 2009 :: 12:17

Iemand van boven straft onmiddellijk

Een vriendin die trouwt, de lentezon die door het glazen dak naar binnen stroomt: als de serveerster vraagt wat ik wil drinken, antwoord ik automatisch, maar toch vol overtuiging: "Doe maar een cola!"

Als ik het glas aan mijn lippen zet, bedenk ik me ineens dat ik misschien wel cola wil, maar het niet zou nemen. Ik zit namelijk in mijn colavrije week. Ik wil J. aantonen dat ik best zonder cola kan, ook al drink ik normaal anderhalf liter op een dag. En volgens mij kan het ook nooit slecht zijn om je lichaam even colavrij te maken.
Maar goed, daar zit ik met het glas in mijn hand. De serveerster is al weg, dus omruilen is te laat. Schuldbewust neem ik toch een slokje, want op een bruiloft drinken laten staan: dat is onbeleefd!

"Gatverdamme!" Snel slik ik door om deze kreet te kunnen uitschreeuwen. Iedereen binnen een straal van vijf meter kijkt mijn kant op. Ik mompel er snel een sorry achteraan.
Van boven is er iemand die onmiddellijk ingrijpt bij deze zonde van mijn kant. Het is Pepsi.

Het recht van de sterkste

Tijmen (31), José (29) en Koosje Jans (0) bezien de wereld met hun eigen blik. En daar schrijven ze dan over. Nu ja, Koosje Jans natuurlijk niet, maar Tijmen en José wel. Hoe, dat is zelfs voor hen regelmatig een verrassing.

Logtantes

Zij zijn reeds gelauwerd en geprezen. In de literaire wereld houdt men al sinds de negentiende eeuw rekening met deze vooruitstrevende dames en nu zijn ze weer helemaal terug. Rosalie en Virginie, wij zijn vereerd dat wij in jullie zog mee mogen doen!

Nuit Blanche

Net geschoten

José (Oma): @Wien: Absoluut! Ze heeft…
José (Tienertour): @Nicolette: Echt waar, wo…
sanneke (Oma): Wat mooi, José. Volgens m…
Nicolette (Tienertour): Hé wat grappig vanuit Lel…
Wien (Oma): Prachtig, ontroerend José…
José (Oma): @Octavie: Dank je. Ik heb…
Jeanine Guidry (Oma): Oh Jose, daar ben ik dus …
Octavie (Oma): Ach, wat ontroerend, mijn…
José (Oma): @Marieke: Ik vrees dat T…
Dionne (Oma): Wat een mooie oma.

Zoek!